1.. Het College stelt jaarlijks vóór 15 juli de subsidieplafonds voor het daarop volgende jaar vast, voor ieder van de in artikel 3 lid 1 genoemde maatschappelijke doelen, rekening houdend met de door het Rijk verstrekte doeluitkeringen.

2.. De subsidieplafonds worden vastgesteld onder voorwaarde van vaststelling door de Raad van het desbetreffende deel van de gemeentebegroting.

3.. Het College is bevoegd de subsidieplafonds achteraf te verhogen of te verlagen. Verlaging van een subsidieplafond kan uitsluitend betrekking hebben op Subsidie voor Activiteiten die, op het moment van de verlaging, nog niet zijn uitgevoerd.