Naar hoofdinhoud
Het college legt geen tegenprestatie op als de persoon mantelzorg verricht. De verordening verwijst naar het begrip mantelzorg in de Wmo. Daarin is het begrip mantelzorg als volgt gedefinieerd: “ hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep ” . Het verlenen van mantelzorg overstijgt qua duur en intensiteit de normale gang van zaken. Het gaat om hulp die verder gaat dan gebruikelijke hulp. Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden. Bij mantelzorg, verleend door personen uit de directe omgeving van de zorgvrager en rechtstreeks voortvloeiend uit de sociale relatie, wordt de normale (gebruikelijke) zorg in zwaarte, duur en/of intensiteit overschreden. Het college zal bij de beoordeling met het voorgaande rekening houden. De persoon moet zelf aannemelijk maken dat hij mantelzorger is. Als een persoon meedeelt dat hij mantelzorger is, dan neemt het college daarover pas een besluit, nadat een consulent Wmo daarover heeft geadviseerd. Van een persoon die in aanmerking komt voor de waardering mantelzorgers zoals bedoeld in artikel 17 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Mook en Middelaar 2015 wordt aangenomen dat hij mantelzorger is.

Rechtspraak bij dit artikel