Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verzoek

Onderdeel van Regeling Generatiepact gemeente Schiedam

1.. Om gebruik te kunnen maken van deze regeling dient de medewerker, genoemd in artikel 2, eerste lid, daartoe uiterlijk op 31 december 2024 een verzoek in bij de werkgever. [Dit lid is gewijzigd bij besluit van 5 november 2024, bekendgemaakt op 13 november 2024 in Gemeenteblad 2024, 477124. Hierbij is er sprake geweest van een kennelijke verschrijving. In dit lid moet niet verwezen worden naar artikel 1, maar naar artikel 2. Deze regeling is geconsolideerd zoals dit bedoeld is.] 2.. Om gebruik te kunnen maken van deze regeling dient de medewerker, genoemd in artikel 2, tweede lid, daartoe uiterlijk op 30 november 2029 een verzoek in bij de werkgever. [Dit lid is gewijzigd bij besluit van 5 november 2024, bekendgemaakt op 13 november 2024 in Gemeenteblad 2024, 477124. Hierbij is er sprake geweest van een kennelijke verschrijving. In dit lid moet niet verwezen worden naar artikel 1, maar naar artikel 2. Deze regeling is geconsolideerd zoals dit bedoeld is.] 3.. Het verzoek van de medewerker, genoemd in het eerste lid, heeft betrekking op de gehele looptijd, zijnde minimaal vanaf 1 juli 2025 tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd. 4.. Het verzoek van de medewerker, genoemd in het tweede lid, heeft betrekking op de gehele looptijd, zijnde vanaf uiterlijk 31 december 2029 tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd. 5.. De medewerker dient in het verzoek aan te geven hoeveel uur hij minder wenst te werken en op welke wijze hij wenst dat die vermindering gedurende de looptijd plaatsvindt. 6.. De werkgever neemt een besluit op het verzoek. 7.. De werkgever bepaalt, in overleg met de medewerker, het moment van ingang van de urenvermindering. De werkgever neemt bij deze bepaling het dienstbelang in acht. 8.. De werkgever bepaalt het minimum aantal te werken uren. Het minimum aantal te werken uren dient te voldoen aan de arbeidsduur waarbij een regeling niet wordt aangemerkt als een regeling voor vervroegde uittreding in de zin van artikel 32ba van de Wet op de loonbelasting 1964. 9.. Een ingediend verzoek, ingevolge het eerste lid, wordt door de werkgever gehonoreerd, tenzij zwaarwegende belangen van de dienst zich daartegen verzetten, zulks ter beoordeling van de werkgever. 10.. Na honorering van het verzoek door de werkgever, genoemd in het vierde lid, heeft de medewerker geen aanspraak meer op de arbeidsuren die de medewerker minder is gaan werken ingevolge deze regeling. 11. . De deelnemer kan gedurende de looptijd nog eenmaal de werkgever om urenvermindering ingevolge deze regeling verzoeken. De werktijd die resteert na dit tweede verzoek dient minimaal 60% van de formele arbeidsduur te zijn. Dit tweede verzoek kan niet eerder dan twee jaar na ingang van de looptijd worden ingediend. 12. . De deelnemer kan de werkgever verzoeken om toepassing van deze regeling te beëindigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel