• - 1. Aanvraag uitkering/wachtgeld
  • - 2. Opgave van inkomsten
  • - 3. Sollicitatieplicht
  • - 4. Opleiding met behoud van uitkering
  • - 5. Vakantierechten
  • - 6. Sancties
  • - 7. Slotbepalingen

De uitkering of het wachtgeld dient binnen een maand na het einde van het dienstverband te worden aangevraagd bij het bureau personeels- en salarisadministratie (verder te noemen “bureau PSA”) op straffe van een sanctie overeenkomstig het sanctiebeleid genoemd in punt 6 van deze richtlijn.

Op grond van artikel 11:14 rust op de uitkeringsgerechtigde de plicht om opgave te doen van inkomsten naast de uitkering. Deze (eventuele) inkomsten zullen maandelijks worden ingevuld op de 'Verklaring van inkomsten' (verkrijgbaar bij bureau PSA) en aan de gemeente worden verzonden. De 'Verklaring van inkomsten' alsmede daarvoor bestemde retourenveloppen zullen door de gemeente aan de uitkeringsgerechtigde worden verstrekt. De verklaring dient aan het einde van de maand te worden ingevuld en vóór de 15e van de volgende maand in het bezit van de gemeente te zijn.

Indien de gemeente de verklaring over een afgelopen maand niet heeft gekregen, zal een herinnering worden gestuurd. Het herhaaldelijk niet of niet tijdig insturen van de 'Verklaring van inkomsten', kan leiden tot een sanctie overeenkomstig het sanctiebeleid genoemd in punt 6 van deze richtlijn.

Op grond van artikel 11:21 is de uitkeringsgerechtigde verplicht zelf ernstig te trachten ander werk te vinden (de zogenaamde sollicitatieplicht). Een aangeboden betrekking, die hem/haar in verband met zijn/haar persoonlijkheid en omstandigheden redelijkerwijs kan worden opgedragen, is hij/zij verplicht te aanvaarden.

De uitkeringsgerechtigde hoeft in beginsel in het eerste half jaar van de werkloosheid geen ander werk te aanvaarden op een lager niveau of in een ander beroep. Naarmate de werkloosheid langer duurt, worden de grenzen van wat passend is ruimer en komt werk op een steeds lager niveau en van andere aard in aanmerking (zie onderstaand schema). Gelijke verruiming geldt voor het aanvaarden van banen tegen lager loon en met grotere reistijden. Bij voortdurende werkloosheid is het moeten verhuizen op zich geen argument om een baan als niet passend te beschouwen.

Niveau

Academisch

HBO

MBO

LBO

Basis

Aantal maanden

Academicus

00 - 06

06 - 12

12 - 18

18 - 24

na 24

HBO-er

00 - 06

06 - 12

12 - 18

na 18

MBO-er*

00 - 06

06 - 12

na 12

LBO-er**

00 - 06

na 06

* Onder MBO-niveau wordt mede verstaan HAVO/VWO-niveau ** Onder LBO-niveau wordt mede verstaan MAVO-niveau

Op grond van artikel 11:21 is de uitkeringsgerechtigde verplicht zich in te schrijven als werkzoekende bij het Arbeidsbureau. Een kopie van het bewijs van inschrijving en de verlengingen dienen maandelijks worden meegestuurd met de 'Verklaring van inkomsten'.

Ter controle van de door de uitkeringsgerechtigde verrichte inspanning om een andere betrekking te vinden, moet de uitkeringsgerechtigde op de 'Verklaring van inkomsten' aangegeven waar hij/zij gesolliciteerd heeft en kopieën van deze sollicitaties en de daarop ontvangen reacties meesturen.

Indien nodig, zal de gemeente over de uitkeringsgerechtigde contact onderhouden met het Arbeidsbureau. Het betreft hier veelal informatie over eventuele begeleiding, de kansen op de arbeidsmarkt en of de uitkeringsgerechtigde een betrekking is aangeboden.

Indien de gemeente de indruk heeft, dat de uitkeringsgerechtigde niet zijn uiterste best doet om een andere betrekking te vinden of anderszins niet voldoet aan de hem/haar opgelegde verplichtingen, dan zal de gemeente de uitkeringsgerechtigde uitnodigen voor een gesprek. In dit gesprek krijgt de uitkeringsgerechtigde de gelegenheid uitleg te geven over onduidelijkheden of redenen aan te geven waarom niet aan de verplichting(en) wordt voldaan. Indien er geen legitieme reden is voor de niet-naleving, of de indruk bevestigd wordt, dat de uitkeringsgerechtigde niet zijn uiterste best doet een andere betrekking te vinden, dan zal de uitkeringsgerechtigde een sanctie worden opgelegd conform het onder punt 6 genoemde sanctiebeleid.

Bij een verzoek om een opleiding te mogen volgen met behoud van uitkering, zal eerst bekeken worden of de opleiding voldoet aan de volgende criteria:

  • - het scholingsprogramma moet door het Arbeidsbureau zijn goedgekeurd;
  • - de opleiding mag niet een bedrijfsopleiding of een toelaatbare bedrijfsopleiding zijn;
  • - er mag geen sprake zijn van een loonbetalingsverplichting uit hoofde van een dienstverband;
  • - er mag geen productief werk worden verricht;
  • - de stage mag niet onevenredig lang zijn in verhouding tot de opleidingsduur;
  • - er moet sprake zijn van een arbeidsmarktrelevante scholing;
  • - de scholingsactiviteit vindt plaats door sociale partners op bedrijfstakniveau;
  • - de duur van de opleiding bedraagt niet meer dan 6 à 9 maanden tot maximaal - inclusief vakantie - één jaar.

Van de goedgekeurde opleidingen is door de bedrijfsverenigingen een catalogus opgesteld die bij twijfel geraadpleegd kan worden.

Indien de opleiding aan de criteria genoemd in punt 3.1 voldoet, zal bekeken worden of de uitkeringsgerechtigde in aanmerking kan komen voor de opleiding. Hiertoe moet worden vastgesteld of in het individuele geval van de uitkeringsgerechtigde sprake is van een in de praktijk gebleken onmogelijkheid voor die uitkeringsgerechtigde, om zich zonder de gewenste opleiding of scholing in een voor betrokkene passende arbeid op de arbeidsmarkt te handhaven. Hierbij wordt gekeken naar:

  • - de genoten vooropleiding: Wanneer reeds een opleiding is genoten die (goede) vooruitzichten biedt voor het vinden van een functie, kan dit reden zijn om de scholing als niet noodzakelijk aan te merken.
  • - de leeftijd van betrokkene: Naarmate de leeftijd hoger is, zal eerder sprake zijn van een noodzakelijke scholing.
  • - de duur van de werkloosheid:De duur van de werkloosheid kan een aanwijzing zijn, dat de kans op werkhervatting klein is.
  • - het arbeidsverleden en de uitgeoefende functie: Een arbeidsverleden dat uit verschillende kortdurende dienstbetrekkingen bestaat, afgewisseld door perioden van werkloosheid, zal een indicatie kunnen zijn voor een noodzakelijke scholing.
  • - het aanwezig zijn van vacatures die gezien het arbeidsverleden voor betrokkene als passend zijn aan te merken
  • - medische aspecten

Indien de uitkeringsgerechtigde toestemming krijgt om de opleiding te volgen, dan zal hij/zij gedurende de opleiding zijn/haar uitkering behouden voor zover er uitkeringsduur is. Tevens is hij/zij ontheven van de sollicitatieplicht.

Indien de uitkeringsgerechtigde de opleiding (voortijdig) beëindigd heeft, herleeft de sollicitatieplicht.

De uitkeringsgerechtigde heeft recht op maximaal 24 dagen vakantie per jaar (bij een volledige betrekking). Voor het opnemen van de vakantiedagen heeft de uitkeringsgerechtigde toestemming nodig van de gemeente. De uitkeringsgerechtigde kan deze toestemming (uiterlijk één maand van tevoren) vragen door middel van het invullen van vraag V van de 'Verklaring van inkomsten'. Indien de uitkeringsgerechtigde binnen een maand na de aanvraag geen reactie heeft gekregen van de gemeente, kan de toestemming als verleend worden beschouwd.

Gedurende de opgenomen vakantiedagen is de uitkeringsgerechtigde ontheven van de sollicitatieplicht.

De gemeente mag door de vakantie van de uitkeringsgerechtigde niet benadeeld worden. De uitkeringsgerechtigde kan dus niet gaan (betaald of onbetaald) werken tijdens zijn/haar vakantie.

Gedurende de vakantie van de uitkeringsgerechtigde zal de gemeente geen sanctie toepassen. De gemeente is wel bevoegd een sanctie toe te passen tijdens de vakantie bij het geldend maken van een recht dat tijdens de vakantieperiode ontstaat of herleeft (bijvoorbeeld als er sprake is van verwijtbare werkloosheid).

Er wordt aangesloten bij de Sanctieregeling arbeidsmarktgedrag (11 januari 2000) als bedoeld in artikel 13, derde lid, van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 (zie artikel 11:31:1:2).

Geen sanctie wordt opgelegd, dan nadat de uitkeringsgerechtigde in de gelegenheid is gesteld redenen aan te voeren/uitleg te geven omtrent het niet voldoen aan de verplichtingen van de verordeningen of deze richtlijn.

Het college kan voor zover nodig in afwijking van de bij of krachtens deze richtlijn gestelde regelen beslissen in individuele gevallen, waarin deze regelen naar hun oordeel niet of niet in redelijkheid voorzien.

Ter uitvoering van deze richtlijn kan het college nadere voorschriften geven.

Uitvoering van deze richtlijnen berust bij het bureau PSA van de sector Dienst Algemene Zaken en bij het college van de gemeente Amersfoort.