1 Indien de in artikel 3.31 en 3.36 van het Bouwbesluit bedoelde, in
bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor de afvoer van
afvalwater en faecaliën niet aan een openbaar riool worden
aangesloten, geldt de eis tot aansluiting aan een systeem voor de
individuele behandeling van afvalwater (IBA). Dit IBA systeem moet
voldoen aan de door de SBR/ISSO uitgegeven publicatie 70.2 (IBA
systemen; meest recente versie).
2 De in artikel 3.41 van het Bouwbesluit bedoelde, aan of in
bouwwerken aan te brengen voor-zieningen voor de afvoer van
hemelwater moeten:
a zodanig lozen dat geen verontreiniging van water, bodem en lucht
kan optreden, en
b zijn aangesloten aan een op of in de grond aangebrachte opvang- en
bezinkingsvoorziening van voldoende capaciteit. De capaciteit dient
aan de hand van de grootte van de te ontwa-teren oppervlakken en de
bodemgesteldheid ter plaatse te worden bepaald. Daarnaast moet
genoemde voorziening zijn gelegen op voldoende afstand van de
perceelsgrenzen en de bebouwing op het perceel;
c voldoen aan de door de SBR/ISSO uitgegeven publicatie 70.1
(hemelwater binnen de perceelgrens; meest recente versie).
3 Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
afwijking:
a van het bepaalde in het eerste lid, indien de afvoer op andere
wijze zonder verontreiniging van water, bodem en lucht mogelijk
is;
b van het bepaalde in het tweede lid, indien de bodemgesteldheid en
de grondwaterafvoer ter
plaatse, dan wel de omvang van het perceel de infiltratie van
hemelwater niet toelaten en
bovendien de afvoervoorziening voor hemelwater niet wordt
aangesloten aan een rottingput.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 7
Artikel 2.7.5
Aansluiting anders dan aan de openbare riolering
Onderdeel van Bouwverordening 2010