Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 7

Artikel 2.7.5

Aansluiting anders dan aan de openbare riolering

Onderdeel van Bouwverordening 2010

1 Indien de in artikel 3.31 en 3.36 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en faecaliën niet aan een openbaar riool worden aangesloten, geldt de eis tot aansluiting aan een systeem voor de individuele behandeling van afvalwater (IBA). Dit IBA systeem moet voldoen aan de door de SBR/ISSO uitgegeven publicatie 70.2 (IBA systemen; meest recente versie). 2 De in artikel 3.41 van het Bouwbesluit bedoelde, aan of in bouwwerken aan te brengen voor-zieningen voor de afvoer van hemelwater moeten: a zodanig lozen dat geen verontreiniging van water, bodem en lucht kan optreden, en b zijn aangesloten aan een op of in de grond aangebrachte opvang- en bezinkingsvoorziening van voldoende capaciteit. De capaciteit dient aan de hand van de grootte van de te ontwa-teren oppervlakken en de bodemgesteldheid ter plaatse te worden bepaald. Daarnaast moet genoemde voorziening zijn gelegen op voldoende afstand van de perceelsgrenzen en de bebouwing op het perceel; c voldoen aan de door de SBR/ISSO uitgegeven publicatie 70.1 (hemelwater binnen de perceelgrens; meest recente versie). 3 Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking: a van het bepaalde in het eerste lid, indien de afvoer op andere wijze zonder verontreiniging van water, bodem en lucht mogelijk is; b van het bepaalde in het tweede lid, indien de bodemgesteldheid en de grondwaterafvoer ter plaatse, dan wel de omvang van het perceel de infiltratie van hemelwater niet toelaten en bovendien de afvoervoorziening voor hemelwater niet wordt aangesloten aan een rottingput.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel