Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Het toepassen van het BIBOB-instrumentarium

Onderdeel van Beleidslijn wet Bevordering Integriteitbeoordelingen door het Openbaar Bestuur

Indien bij een vergunningaanvraag, subsidieverlening of een aanbesteding een beroep wenselijk is op de Wet BIBOB kan het Bureau bevordering integriteitsonderzoeken door het openbaar bestuur (bureau BIBOB) om advies worden gevraagd over de mate van gevaar dat een vergunning, subsidie of overheidsopdracht wordt misbruikt voor criminele activiteiten. Zij hebben toegang tot een aantal gesloten bronnen. Aan de adviesaanvraag zijn kosten verboden. De bijdrage in de kosten wordt jaarlijks vastgesteld. Op dit moment kost een advies bij een beschikking € 500 en bij een aanbesteding € 500 per te onderzoeken eenheid, met een maximum van € 5.000 per advies in het kader van aanbestedingen (staatscourant 2003, 99, blz.9). Voordat een bestuursorgaan (kan) besluit(en) tot de aanvraag van een advies bij Bureau BIBOB moeten eerst de volgende stappen worden doorlopen: Eigen beleidslijn Vanwege de zwaarte van het BIBOB-instrumentarium is het bestuursorgaan wettelijk verplicht tot het opstellen van een beleidslijn waarin het bestuur in algemene termen verwoord in welke gevallen advies wordt gevraagd bij Bureau BIBOB (zie bijlage). Ontvankelijkheid Een aanvraag het moet betrekking hebben op een vergunning, subsidie of aanbesteding in één van de BIBOB sectoren. Proportioneel De toepassing van het BIBOB-instrument moet in juiste verhouding staan tot het belang van de gevraagde beslissing. Er moet een juiste balans zijn tussen de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van het openbaar belang. De aanvraag voor een bouwvergunning voor de bouw van een dakkapel, is bijvoorbeeld niet van zodanig belang dat een BIBOB-onderzoek gerechtvaardigd is. Subsidiair middel Het bestuursorgaan moet hebben onderzocht of met een ander, mogelijk minder ingrijpend middel, hetzelfde doel kan worden bereikt. Zo kunnen horecavergunningen reeds geweigerd worden op grond van de zedelijkheidstoets of slecht levensgedrag van de leidinggevenden. Daarnaast is in de Wet goederenvervoer over de weg bijvoorbeeld sprake van de verklaring omtrent het gedrag. Op het gebied van bouwvergunningen, milieuvergunningen en aanbestedingen blijken geen subsidiaire mogelijkheden te bestaan (uit: rapport “Gewapend bestuursrecht”). Een bestuursorgaan kan uit verschillende bronnen informatie putten om een subsidiaire weigeringsgrond te achterhalen: Openbare bronnen: · Handelsregister van de Kamer van Koophandel · Kadaster/Hypotheekregister · Internet (beperkt zoeken) · Bedrijfschappen · Telefoongids/gouden gids · Bestemmingsplan 10 Gesloten bronnen: · Justitiële documentatie (in het kader van de drank- en horecawet) · Sociale diensten = MD (opnemen in APV) · Gemeentelijke basisadministratie (GBA) · Gemeentelijke belastingdienst = belastingen · Overige gemeentelijke diensten (Brandweer, Bouw- en Woningtoezicht, handhavingteams of een andere afdeling die relevant op het onderwerp kan zijn b.v. sociale dienst) Als er uit de bronnen blijkt dat er sprake is van ernstig gevaar en dit kan duidelijk worden onderbouwd, dan kan, zonder tussenkomst van het Bureau BIBOB, de aanvraag worden geweigerd op basis van artikel 3 van de wet BIBOB. Wanneer het bestuursorgaan vervolgens een vergunningaanvraag, subsidieverlening of een aanbesteding wil voorleggen aan het Bureau BIBOB volgen hieronder de te doorlopen stappen: Besluitvorming Het bestuur besluit om een BIBOB-advies aan te vragen. Het bestuur beschikt terzake over een discretionaire bevoegdheid. Bij de toepassing van het BIBOB-instrumentarium blijft het bestuur ook zelf de volledige verantwoordelijkheid dragen voor de voorkoming van bestuurlijke facilitering van criminele activiteiten. Het bestuurlijke besluit om een BIBOB-advies aan te vragen vloeit voort uit het volgende: - na het eigen onderzoek blijven vragen bestaan over de bedrijfsstructuur, of de activiteiten in en/of in de directe omgeving van de onderneming. - na het eigen onderzoek blijven vragen bestaan over de financiering van het bedrijf. - na het eigen onderzoek blijven vragen bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager, de wijze van financiering, de financier van de onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd. - de Officier van Justitie adviseert om in een bepaalde zaak een BIBOB-advies aan te vragen (tipfunctie uit artikel 26 wet BIBOB) In kennisstelling De schriftelijke mededeling van dit besluit aan de aanvrager. Contact met Helpdesk Het contact met de helpdesk van Bureau BIBOB. Aanvraag Bureau BIBOB begeleidt de aanvraag. Onderzoek Bureau BIBOB start het onderzoek. Het Bureau BIBOB kan hierbij putten uit openbare bronnen en limitatief opgesomde gesloten bronnen waartoe het bestuursorgaan geen toegang heeft, zoals de persoonsregistraties waarop de Wet 11 politieregisters en de Wet op de justitiële documentatie van toepassing zijn. Advies Bureau BIBOB komt tot een uitvoerig gemotiveerd advies. Bureau BIBOB geeft geen advies of het betrokken bestuur al dan niet in gunstige zin zou kunnen of moeten beslissen op een aanvraag tot vergunning- of subsidieverlening dan wel of een overheidsopdracht kan worden gegund. In plaats daarvan geeft het bureau de volgende adviezen: a. Er is geen sprake van gevaar; b. Er is sprake van enig gevaar; c. Er is sprake van ernstige mate van gevaar. Officier van justitie De Officier van justitie toetst of de BIBOB-gegevens aan het bestuur kunnen worden verstrekt. Definitieve besluitvorming Het bestuur ontvangt het advies en betrekt het in zijn besluitvorming. Het bestuur maakt een eigen afweging waarbij het advies van het Bureau BIBOB niet één op één mag worden overgenomen in de besluitvorming. Op basis van het advies van het Bureau BIBOB moet het bestuursorgaan zelf de afweging maken of het gevaar zo zwaarwegend is dat de gevraagde vergunning of subsidie niet kan worden verleend dan wel de overheidsopdracht niet kan worden gegund. Als het bestuursorgaan afwijkt van het advies van het Bureau BIBOB moet dit worden gemotiveerd. Het gaat bij de belangenafweging door het bestuursorgaan niet uitsluitend om het financiële belang van de betrokkene tegenover het belang van het bestuursorgaan om te vermijden dat ongewild faciliteiten worden geboden voor criminele activiteiten waardoor onder andere de integriteit van de overheid wordt aangetast en het imago van het openbaar bestuur schade leidt. Het bestuursorgaan kan ook het maatschappelijk of bestuurlijk belang dat bepaalde activiteiten plaatsvinden of zullen plaatsvinden bij de besluitvorming betrekken. In dat kader kan bijvoorbeeld de handhaving van een bepaald voorzieningenniveau aan de orde zijn, maar ook werkgelegenheidsaspecten kunnen een rol spelen. Daarnaast zijn de andere instrumenten die een bestuursorgaan ten dienste staan van belang. Hierbij kan gedacht worden aan onder andere de mogelijkheden die het bestuursorgaan of de aanbestedende dienst heeft om door middel van gerichte controle of andere bestuurlijke handhavinginstrumenten te voorkomen dat criminele activiteiten worden ontplooid met behulp van de subsidie of vergunning, of de uitvoering van een overheidsopdracht. Tevens kan het bestuursorgaan of de aanbestedende dienst, als de risicoanalyse daartoe aanleiding geeft, de betrokkene vragen om specifieke waarborgen (b.v. 12 waarborgen op financieel terrein) alvorens een positieve beslissing wordt genomen. Zienswijze De aanvrager en belanghebbenden kunnen hun zienswijze geven bij een besluit. Betrokkene (=aanvrager): indien een bestuursorgaan van plan is om een vergunning te weigeren op grond van het advies “ernstig gevaar” van Bureau BIBOB is het verplicht de aanvrager in staat te stellen om hierover zijn zienswijze te geven (artikel 33, lid 1, Wet BIBOB). De aanvrager mag dan voorafgaand aan de definitieve besluitvorming de gegevens inzien waarop de negatieve beschikking zal worden gebaseerd. De aanvrager heeft zo gelijk de kans om de juistheid van deze gegevens te controleren en eventueel ter discussie te stellen, zodat het bestuursorgaan haar beslissing kan heroverwegen. Dit betekent een extra controle op de bronbevraging door Bureau BIBOB waarop het advies is gebaseerd. Het bestuursorgaan laat de aanvrager vervolgens weer weten of deze zienswijze de beschikking beïnvloedt. Belanghebbenden (=derden): Wanneer in de voorgenomen beschikking gegevens van derden opgenomen zijn waartegen deze redelijkerwijs bedenkingen zouden kunnen hebben, dan is het bestuursorgaan eveneens verplicht om deze derden naar hun zienswijze te vragen (artikel 4:8, AWB). Ook derden hebben op deze manier kans om eventuele feitelijke onjuistheden in het advies te corrigeren. Hier kan het dus gaan om zowel positieve als negatieve beschikkingen alsook beschikkingen met aanvullende voorwaarden. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat in een positieve beschikking gegevens worden opgenomen van derden die deze in een ongunstig daglicht zouden kunnen stellen. Beschikking Het bestuur besluit al dan niet tot een negatieve beschikking en stelt de aanvrager hiervan in kennis Bezwaar en beroep De aanvrager kan bij een negatieve beschikking de bezwaaren beroepsprocedure volgen. De privacy van betrokkenen De Algemene Wet Bestuursrecht en de Wet Bescherming Persoonsgegevens zijn van toepassing op de gegevens die door het Bureau BIBOB zijn verzameld. Ten slotte speelt de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) een bijzondere rol in het kader van de Wet BIBOB. Hoewel het BIBOB-advies als document in beginsel onder het verstrekkingenregime van de WOB valt, zal in de praktijk het openbaar maken van het advies op grond van artikel 10 van de WOB achterwege blijven. De inhoud van het advies zal namelijk veelal gegevens bevatten die de persoonlijke levenssfeer raken of gegevens die als bedrijfsgegevens zijn te beschouwen. Ook zal niet zelden een 13 beroep gedaan kunnen worden op in de WOB genoemde grond voor het voorkomen van onevenredige benadeling van bij die aangelegenheid betrokken (rechts)personen dan wel derden. 14 15

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel