De in artikel 2 genoemde duur van het vakantieverlof wordt verhoogd met een aantal verlofuren bij een bepaalde leeftijd of diensttijd volgens onderstaande tabel:
Leeftijd / diensttijd:
Extra uren boven het basistegoed:
35 jaar of 15 dienstjaren
14,4 uren
45 jaar of 25 dienstjaren
28,8 uren
55 jaar of 35 dienstjaren
43,2 uren
De vermeerdering van het verlof als bedoeld in lid 1 wordt voor het eerst genoten met ingang van het jaar waarin de betreffende leeftijd wordt bereikt.
De duur van het leeftijdsverlof, als bedoeld in lid 1, van een medewerker met een deelbetrekking wordt naar evenredigheid verminderd.