**a..** Voordat de onroerende zaak in erfpacht uitgegeven wordt, wordt er een bodemonderzoek verricht, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.11, waaruit blijkt dat de in erfpacht uitgegeven onroerende zaak geschikt is voor het beoogde en normale gebruik, zoals omschreven in de erfpachtovereenkomst. De resultaten van dit onderzoek worden aangemerkt als de nulsituatie.
**b..** Alle verontreiniging ten opzichte van de nulsituatie die ontstaan is na de vestiging van de erfpacht is voor rekening en risico voor de erfpachter en zijn rechtsopvolger(s), althans niet voor rekening en risico van de gemeente. Indien de onroerende zaak op een eerder tijdstip dan het moment van vestiging in gebruik is genomen door erfpachter, dan is de verontreiniging voor rekening en risico van erfpachter vanaf het tijdstip van ingebruikneming.
**c..** Indien blijkt dat de onroerende zaak niet meer geschikt is voor dat beoogde en normale gebruik, dan zal voor rekening en risico van erfpachter of diens rechtsopvolger(s), sanering en afvoer van de verontreiniging moeten plaatsvinden op zodanige wijze dat de onroerende zaak weer geschikt is voor het beoogde en normale gebruik.
**d..** De onderzoekskosten met betrekking tot het vaststelling van aanwezigheid omvang en ernst van (bodem)verontreiniging zijn voor rekening van erfpachter of diens rechtsopvolger(s).
**e..** Op dit artikel is het bepaalde in artikel 1.18 van toepassing, zodat de verplichtingen uit dit artikel als kwalitatieve verplichting en subsidiair als kettingbeding worden gevestigd.
Artikel 1.30
Milieuverontreiniging na ingebruikneming.
Onderdeel van Algemene voorwaarden voor de uitgifte in erfpacht van woningbouwkavels door de gemeente Steenwijkerland