De klacht in de eerste fase in eerste aanleg wordt, namens het college van burgemeester en wethouders, behandeld door:
Een afdelingshoofd indien het een gedraging van een medewerker van zijn afdeling betreft;
De gemeentesecretaris indien het een gedraging van een afdelingshoofd betreft;
De burgemeester indien het een gedraging van de gemeentesecretaris of een wethouder;
De loco-burgemeester indien het een gedraging van de burgemeester betreft;
De griffier indien het een gedraging van een griffiemedewerker betreft;
De voorzitter van de werkgeverscommissie raadsgriffie indien het een gedraging van de griffier betreft;
De voorzitter van het presidium indien het een gedraging van de gemeenteraad of een raadslid, dan wel de Rekenkamer Leudal betreft;
De voorzitter van de Rekenkamer Leudal indien het een gedraging van de secretaris van de Rekenkamer betreft.
HOOFDSTUK 3
Artikel 7
Behandeling van klachten in de eerste fase in eerste aanleg
Onderdeel van Verordening Klachtbehandeling gemeente Leudal