Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Prioriteiten handhavingthema's

Onderdeel van Beleidsnota integrale handhaving gemeente Oldebroek 2009

Het gemeentelijk beleid houdt in dat de handhaving zich met name dient te richten op die beleids-velden waar de grootste risico's liggen op het gebied van fysieke veiligheid, kwaliteit, natuur, volksgezondheid, financiën en imago. Om die risico's in te kunnen schatten is een risicoanalyse gemaakt op basis van een door het Expertisecentrum Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie ontwikkelde risicomatrix. Voor een uitleg van dit risicomodel wordt verwezen naar bijlage 7. De hierna opgenomen tabel 2 geeft het resultaat weer van de aan de hand van de risicoanalyse bepaalde prioriteiten. Tabel 2 Thema fys soc fin nat gez ima k risico prioriteit Afval 1 2 2 2 1 2 2 3,3 gemiddeld Belastingen 0 1 3 0 0 2 2 2,0 laag Bevolkingsadministratie 0 0 1 0 0 2 3 1,5 laag bouwen en wonen 3 2 3 3 1 3 3 7,5 hoog Evenementen 3 1 1 1 1 2 3 4,5 gemiddeld gebruiksverg/brandveiligheid 3 2 3 0 3 3 3 7,0 hoog Handhavingbeleid nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt Hondenbeleid 2 1 1 1 0 2 3 3,5 gemiddeld Horeca 0 3 1 0 3 2 3 4,5 gemiddeld hulp/zorg/inkomen 0 1 3 0 1 2 2 2,3 laag Milieu 3 2 3 3 3 3 3 8,5 hoog Natuur 0 3 0 3 0 1 3 3,5 gemiddeld Onderwijs 2 3 2 0 2 3 2 4,0 gemiddeld openbare orde 2 3 2 0 2 3 3 6,0 hoog openbare ruimte 0 1 2 1 0 2 3 3,0 laag Subsidies 0 1 2 0 0 2 2 1,7 laag uitvoering bijzondere wetten 0 0 0 0 0 1 3 0,5 laag Verkeer 3 2 1 1 0 3 3 5,0 gemiddeld Winkeltijden 0 1 0 1 0 2 2 1,3 laag Vergelijking van de tabellen 1 en 2 levert de belangrijke conclusie op dat voor de handhavingthema's die als prioriteit 'hoog' hebben, voldoende formatie binnen de organisatie aanwezig is om de handhaving op een verantwoord niveau te kunnen uitvoeren; dit geldt zowel voor het controlerende als het juridische traject. Voor de categorieën met de prioriteit 'gemiddeld' geldt in het algemeen dat de formatie niet voldoende is. Wel is te zien dat er voor de thema's met de hoogste score binnen deze categorie (evenementen en horeca) slechts sprake is van een relatief klein negatief verschil tussen de benodigde en de beschikbare formatie. Deze verschillen zijn niet verontrustend en kunnen met enige creativiteit binnen de betreffende afdeling worden opgelost. Voor het thema onderwijs laat de benodigde formatie voor de controles een tekort van 579 uren zien. Dit betekent dat indien er voor gekozen zou worden om de handhaving op dit beleidsterrein op het hoogste niveau uit te oefenen extra formatie ten behoeve van de handhaving op dit terrein aangetrokken zou moeten worden. Hierover heeft reeds in een eerder stadium overleg op bestuur-lijk niveau plaatsgehad. Dit heeft geleid tot de conclusie dat op dat moment uitbreiding van de formatie niet wenselijk werd geacht. De vraag of in de toekomst de formatie voor dit thema dient te worden uitgebreid, zal in een separaat besluitvormingstraject worden beantwoord. Naar het zich laat aanzien zal in januari 2009 besluitvorming plaatsvinden over de vraag of deze taken overgaan naar de Regio Noord Veluwe. In het kader van deze nota zal daarom worden uitgegaan van de huidige beschikbare formatie. Verder dient te worden opgemerkt dat er een aantal handhavingtaken - APV-taken onder andere op het gebied van de openbare orde, openbare ruimte, hondenbeleid en afval - niet door de gemeente Oldebroek worden uitgevoerd, daar deze formeel tot het takenpakket van de politie behoren. Aan deze taken wordt door de gemeente thans dan ook geen, dan wel een gering (maar onbekend) aantal uren besteed aan de handhaving hiervan. Echter, gelet op de landelijke trend dat de politie zich hoofdzakelijk met haar kerntaak, criminaliteitsbestrijding, moet bezighouden, besteedt de politie in de praktijk hoogstens in uitzonderlijke gevallen aandacht aan deze taken, zodat gesteld kan worden dat op deze taakvelden niet, dan wel onvoldoende wordt gehandhaafd. Daar de gemeente Oldebroek dit niet acceptabel vindt (juist dit type overtredingen leidt veelvuldig tot ergernissen bij de burgers) is het gewenst dat hiervoor extra formatie wordt aangetrokken middels aanstelling van een BOA. Door het aanstellen van een BOA (1fte) voor het toezicht op de APV vergunningen en ontheffingen kan het urentekort ten aanzien van controles voor het hondenbeleid, afval, natuur, openbare ruimte en verkeer (totaal 1348 uur: zie tabel 1) worden weggewerkt. Het gaat voornamelijk om controles met een gemiddelde prioriteit. Over de inzet van Boa's en de gevolgen hiervan voor de organisatie wordt verder verwezen naar bijlage 10 van deze nota. Voorts zouden hier ook de gemeentelijke wijkteams een rol van betekenis kunnen spelen. Deze zouden een informele toezichthoudende (zij zijn immers geen toezichthouders in de zin van de Algemene wet bestuursrecht) en signalerende functie binnen de gemeenschap kunnen vervullen. Zij zouden burgers kunnen aanspreken op overtreding van de regelgeving en zo nodig zaken onder de aandacht van een BOA kunnen stellen. Overigens behoort naast de criminaliteitsbestrijding ook de aanpak van overlast door de jeugd en de verkeersveiligheid tot de prioriteiten van de politie. Voorts blijkt uit de tabellen dat vooral voor de handhaving van de thema's die vallen binnen de categorie 'laag' onvoldoende formatie beschikbaar is om dit op een voldoende niveau uit te kunnen voeren. Gelet op de lage prioriteit die deze taken hebben, wordt het niet wenselijk geacht voor de handhaving van deze taken extra formatie aan te trekken. De beschikbare formatie is echter wel zodanig dat excessen kunnen worden bestreden en dat aan meldingen en klachten van burgers voldoende aandacht kan worden besteed. De uitkomsten van de risicoanalyse zijn niet bindend. De risicoanalyse beoogt slechts het bestuur een handvat te bieden om goed gefundeerde keuzen te kunnen maken welke handhavingthema's, gelet op de beschikbare formatie, prioriteit hebben boven andere. Deze keuzen zullen vervolgens worden verwerkt in de jaarlijkse handhavingprogramma's van de verschillende afdelingen. Bestuurlijk kan er voor worden gekozen om bij de prioritering van de handhavingthema's af te wijken van de uitkomsten van de risicoanalyse. Dit betekent dus dat bestuurlijk kan worden besloten om aan thema's die volgens de risicoanalyse een lage prioriteit hebben, een hoge(re) prioriteit toe te kennen en omgekeerd. Gelet op het maatschappelijk belang is het wenselijk om aan het thema hulp/zorg/inkomen de prioriteit 'hoog' toe te kennen. conclusie Op grond van het bovenstaande is het accent van de gemeentelijke handhaving de komende jaren gericht op de volgende thema’s (volgorde is willekeurig): Bouwen en Wonen Gebruiksvergunning/Brandveiligheid Milieu APV: Openbare Orde, Afval, Honden, Openbare Ruimte, Verkeer hulp/zorg en inkomen evenementen en horeca Daarbij geldt overigens dat ook binnen ieder handhavingsthema afzonderlijk prioriteiten gesteld zullen worden. Dit zal zijn neerslag vinden in het handhavingsprogramma.

Rechtspraak bij dit artikel