Maatschappelijke participatie
We willen een gemeente zijn waarin alle inwoners deelnemen aan de samenleving. Iedereen moet kunnen participeren in de samenleving, op zijn of haar eigen niveau en mogelijkheden. Met maatschappelijke participatie bedoelen we in dit kader “het deelnemen aan de samenleving door het verrichten van betaalde en onbetaalde arbeid en/of deelname aan vrijetijdsbesteding”. Voor wat betreft onbetaalde arbeid betreft het hier het “zelf mee kunnen doen”. Het helpen van anderen door middel van bijvoorbeeld vrijwilligerswerk komt bij het thema ‘maatschappelijke inzet’ aan bod.
Alle inwoners kunnen naar vermogen deelnemen aan de samenleving. Inwoners kunnen zo lang mogelijk zelfstandig blijven functioneren en zelfstandig blijven wonen, zelfredzaam zijn en blijven en deelnemen aan de maatschappij.
Maatschappelijke participatie is van belang voor zowel de persoon of het gezin zelf als voor de samenleving. Actief bezig zijn is nuttig, leidt veelal tot een hogere betrokkenheid bij wat er leeft in de sociale omgeving, kan de sociale samenhang in buurten en wijken versterken en kan daarnaast bijdragen aan een goede gezondheid, een positief opvoed- en opgroeiklimaat en persoonlijke ontwikkeling. In sommige gevallen is maatschappelijke participatie zelfs een eerste stap om de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Daarnaast hebben we, ook gelet op alle veranderingen binnen het sociale domein, alle inwoners hard nodig om bij te dragen aan het sociale en maatschappelijke leven in Oirschot.
Met de komst van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) zijn gemeenten al verantwoordelijk om burgers te ondersteunen bij het vormgeven van hun maatschappelijke deelname. We hebben hier de afgelopen jaren als gemeente, in samenwerking met onze maatschappelijke partners al sterk op ingezet. Met de decentralisaties in het sociale domein worden de verantwoordelijkheden van de gemeente in dit kader verder uitgebreid en moeten we hier (nog) meer op inzetten.
We zien zelfstandig (blijven) wonen als een belangrijke peiler in het kader van maatschappelijke participatie. We bekijken en onderzoeken daarom hoe we als gemeente actief kunnen bijdragen aan het zo lang mogelijk thuis blijven wonen van burgers.
Inwoners zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor hun maatschappelijke participatie. Als inwoners belemmeringen ondervinden bij (het bevorderen van) hun maatschappelijke participatie en dit niet zelf, of binnen hun sociale omgeving, kunnen oplossen, komt de gemeente in beeld. We onderscheiden hierin verschillende doelgroepen.
Inwoners zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk om deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten, mee te doen, werk te zoeken, te bewegen en te recreëren. Niet voor iedereen is maatschappelijke participatie echter even vanzelfsprekend. Als inwoners belemmeringen ondervinden bij (het bevorderen van) hun maatschappelijke participatie en dit niet zelf, of binnen hun sociale omgeving, kunnen oplossen, komt de gemeente in beeld. Deze ondersteuning is echter geen vanzelfsprekendheid en we blijven, ook in het geval van hulp of ondersteuning, een beroep doen op de eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid van mensen. Als het gaat om het bieden van hulp of ondersteuning bij (het bevorderen van) maatschappelijke participatie onderscheiden we verschillende groepen,
Inwoners die graag willen participeren maar dit niet kunnen op eigen kracht, financieel of anderszins, bijvoorbeeld door beperkingen, ondersteunen we bij het regelen of mogelijk maken van de participatie.
Van inwoners die niet participeren, of wel participeren maar geen betaalde arbeid verrichten, en een beroep doen op de gemeente voor ondersteuning, verwachten we dat zij een maatschappelijke tegenprestatie te leveren.
Inwoners die niet of nauwelijks participeren en geen activiteiten ondernemen om dit wel te doen, en die geen beroep doen op de gemeente voor hulp of (financiële) ondersteuning, laten we met rust. Ook als ze helemaal niets doen uit zichzelf en aan mensen die geen verwachtingen hebben van de overheid of overheidssteun niet nodig hebben.
Inwoners die op geen enkele manier participeren maar schade (dreigen) toe (te) brengen aan zichzelf, de omgeving of aan de maatschappij komen in een verplicht ondersteuningstraject als eerste opstap in de richting van participatie.
Inwoners die graag willen participeren via betaalde arbeid zijn zelf verantwoordelijk om een baan te vinden. Pas als zij daar niet toe in staat zijn, kan de gemeente steun bieden.
Bijeenkomst Wmo Adviesraad en CJG klankbordgroep d.d. 15 april 2014:
“Besteed specifieke aandacht aan zorgmijders. Aandachtspunt is een nieuwe groep zorgmijders die wellicht kan ontstaan; inwoners die geen hulp of ondersteuning binnen hun eigen sociale omgeving willen of kunnen vragen (en die dit wel via de oude formele kanalen deden).
We gaan zoveel mogelijk uit van een inclusieve benadering bij de vormgeving van de lokale fysieke en sociale infrastructuur (ook mensen met beperkingen moeten van de algemene voorzieningen gebruik kunnen maken). (Sport)verenigingen spelen hierbij een belangrijke rol.
Een van de rode draden uit het WMO beleidsplan 2012-2015 is inclusief beleid. “ Inclusief beleid is beleid dat rekening houdt met de verschillende mogelijkheden en beperkingen van mensen. Een van de resultaten van inclusief beleid is dat algemene voorzieningen ook beschikbaar zijn voor mensen met een beperking. Het doel van inclusief beleid is dat mensen met een beperking vanzelfsprekend op een gelijkwaardige manier kunnen deelnemen aan alle aspecten in het dagelijkse leven. Inclusief beleid is nodig voor een samenleving waarin iedereen kan meedoen en niemand buitengesloten wordt” (Wmo beleidsplan gemeente Oirschot 2012-2015). Ook met de komst van de nieuwe taken binnen het sociale domein zetten we deze eerder ingezette lijn door en gaan we zoveel mogelijk uit van een inclusieve benadering bij de vormgeving van de lokale fysieke en sociale infrastructuur. We zien hier een belangrijke rol weg gelegd voor (sport)verenigingen. Dit betekent overigens niet dat elke lokale sportvereniging per 1 januari 2015 voor alle doelgroepen toegankelijk moet zijn. Wel is het van belang dat er, ook op meer regionaal niveau, voldoende mogelijkheden zijn voor mensen met een beperking om op hun eigen niveau en op basis van hun mogelijkheden te kunnen participeren. Op lokaal niveau treden we in gesprek met (sport)verenigingen over inclusief beleid en de rol die daar voor verenigingen in is weggelegd.
Maatschappelijke inzet
Met maatschappelijke inzet bedoelen we dat mensen zich actief en onbetaald inzetten voor zorg en ondersteuning aan anderen en/of de sociale omgeving. Dit betreft met name mantelzorgers en vrijwilligers. Deze groepen vormen een onmisbaar onderdeel van de samenleving, met name na de transformatie van het sociale domein. Vrijwilligers en mantelzorgers zijn onderdeel van de nullijn.
Mantelzorgers en vrijwilligers vormen een onmisbaar deel van de samenleving. Het belang van deze functies wordt de komende jaren nog groter. Als gemeente hebben we een rol in het versterken en ondersteunen van deze functies, zoals respijtzorg, om de transformatie van het sociale domein te kunnen verwezenlijken.
We verwachten van inwoners dat zij meer en eerder een beroep doen op hun eigen kracht en hun sociale netwerken. Vrijwilligers en
mantelzorgers vormen een essentieel onderdeel van deze sociale netwerken. We moeten daarom als gemeente inzetten op het versterken van deze functies:
We zetten in op het stimuleren, ondersteunen en faciliteren van vrijwilligers(werk). We zetten in principe niet in op het creëren van vrijwilligerswerk.
We zetten in op het ondersteunen en faciliteren van
mantelzorgers, met name wanneer de zorg voor anderen hun eigen participatie in de samenleving belemmert. Veel mensen verlenen voor kortere of langere tijd ‘mantelzorg’ aan hun partner, ouders of andere familieleden, buren of vrienden. De meeste mensen vinden dat vanzelfsprekend, ze vinden dat zorgen voor dierbaren bij het leven hoort. Soms kan deze zorg echter behoorlijk zwaar vallen. De positie van de mantelzorger verstevigt in de nieuwe Wmo. Het werk van mantelzorgers draagt vaak bij aan de kwaliteit van leven van de degene die mantelzorg ontvangt. Daarom vinden wij het belangrijk dat mensen die mantelzorg geven de ondersteuning krijgen waar ze behoefte aan hebben. Bij mantelzorgers is het van belang de balans tussen draagkracht en draaglast te bespreken en goed te bewaken.
We zetten in op het versterken van vrijwilligers en mantelzorgers, met name daar waar het gaat om de signaalfunctie die zij (kunnen) vervullen.
Voorbeelden van vrijwilligers met een (mogelijke) signaalfunctie:
Maaltijdverstrekkers die signaleren dat een klant al dagen zijn of haar eten laat staan en niet uit bed komt.
Buurtverkenners die signaleren dat op een bepaald adres de gordijnen al een aantal dagen niet open zijn gegaan. Trainers bij sportverenigingen die signaleren dat een jongere regelmatig huilbuien heeft en agressief gedrag vertoont.
We gaan uit van een positieve benadering als het gaat om het principe van wederkerigheid. We verwachten van alle inwoners, maar met name als zij hulp of ondersteuning van de gemeente ontvangen, dat zij maatschappelijke inzet tonen.
In de wetteksten rondom de participatiewet en Wmo wordt uitgegaan van het principe van wederkerigheid; het vervullen van een tegenprestatie voor ontvangen hulp of ondersteuning. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om hier invulling aan te geven.
Wij gaan uit van een positieve benadering als het gaat om het principe van wederkerigheid. We verwachten van inwoners dat zij maatschappelijke inzet tonen, ook (of juist) als zij hulp of ondersteuning ontvangen. We gaan uit van de bereidwilligheid en medewerkingsbereidheid van mensen en stellen het tonen van maatschappelijke inzet niet verplicht. We zien het tonen van maatschappelijke inzet (onder andere als tegenprestatie) als een middel om de volgende doelen te bereiken:
Het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van burgers
Het leveren van een bijdrage aan de samenleving
Klankbordgroep raad d.d. 15 januari 2014:
“Gedragsverandering bereik je niet met regels en dwang. Burgers komen in beweging (effect is het grootst) als je ze eigen keuzes laat maken en zelf verantwoordelijk laat zijn. Als echter blijkt dat stimuleren niet voldoende is, moeten we de stap naar een verplichte vorm van tegenprestatie durven maken. Zorg in ieder geval dat het principe van wederkerigheid altijd bespreekbaar blijft”.
Het tonen van maatschappelijke inzet (en de verwachting dat burgers zich inzetten) is altijd specifiek onderdeel van ieder gesprek tussen gemeente en burger met een hulp- of ondersteuningsvraag. Dit geldt niet alleen voor complexe vragen waarbij een keukentafelgesprek plaatsvindt, maar ook eenvoudige vragen die direct opgelost kunnen worden (zie basisschema “integrale toegang”).
Bij maatschappelijke inzet van burgers gaan we uit van de volgende randvoorwaarden:
De inzet mag re-integratie en acceptatie van betaald werk niet in de weg staan;
De omvang van de inzet en de duur in tijd dienen beperkt te zijn;
De inzet mag niet leiden tot verdringing van regulier werk op de arbeidsmarkt;
De burger dient in staat te zijn de inzet te leveren (inzet naar vermogen). Met name bij (jongere) jeugd en ouders die een (financiële) ondersteuning van de gemeente ontvangen voor hun kind is maatschappelijke inzet geen vanzelfsprekendheid. Het inschattingsvermogen van de professional bepaalt of en zo ja hoe maatschappelijke inzet in dit geval realistisch is.
We monitoren ons beleid ten aanzien van het principe van wederkerigheid. Als blijkt dat er structureel sprake is van (een categorie) inwoners die niet bereid is tot het tonen van maatschappelijke inzet bij ontvangen hulp of ondersteuning van de gemeente, ondernemen we hier actie op.
We monitoren ons beleid ten aanzien van het principe van wederkerigheid. Als blijkt dat er daadwerkelijk een categorie inwoners is die wel hulp of ondersteuning ontvangt, maar niet bereid is enige maatschappelijke inzet te tonen, ondernemen we hier concrete actie op. Hierbij is zoveel mogelijk sprake van maatwerk.
Het is van belang aan te geven wat we verstaan onder maatschappelijke inzet. We willen dit breed interpreteren. Zo zien we bijvoorbeeld ook mogelijkheden als het gaat om het tegengaan van eenzaamheid bij ouderen (bijvoorbeeld door het bezoeken van ouderen of het digitaal ontmoeten via skype) of het bijdragen aan diverse werkzaamheden bij (sport)verenigingen. We willen dit in 2014 in beeld hebben.
Maatschappelijke inzet vertoont gelijkenissen met vrijwilligerswerk. Het belangrijkste verschil betreft dat inwoners die een beroep doen op hulp of ondersteuning worden gestimuleerd door de gemeente om zich maatschappelijk in te zetten. Dit in tegenstelling tot het verrichten van vrijwilligerswerk dat op eigeninitiatief gebeurd. De activiteiten die vanuit de maatschappelijke inzet worden verricht betreffen vaak wel vrijwilligerswerk.
Klankbordgroep raad d.d. 15 januari 2014:
“Hanteer een positieve insteek. Ga bijvoorbeeld uit van een stimuleringsbijdrage in plaats van verplichting of probeer gebruik te maken van het “olievlekprincipe”. Als een aantal mensen zich actief inzetten voor hun sociale omgeving, kunnen zij andere stimuleren en zo verder. Goed voorbeeld doet volgen.
De tegenprestatie kan in sommige gevallen mogelijk ingezet worden in plaats van of ter voorbereiding op arbeidsmatige dagbesteding of beschut werken (bijvoorbeeld als er een wachtlijst is voor beschut werken). De mogelijkheden hiervoor zijn afhankelijk van de behoeften en capaciteiten van de betreffende inwoner.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2.3