Artikel 12
Overtollige liquide middelen van de gemeente (boven het drempelbedrag) mogen alleen in rekening-courant of via deposito’s bij de Nederlandse Staat worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan lagere Nederlandse overheden ofoverheidsinstanties.
Deze overtollige middelen blijven te allen tijde beschikbaar voor de publieke taak.
Overtollige middelen mogen niet uitgezet worden bij overheidsinstanties, die onder financieel toezicht staan van de gemeente.
Artikel 13
Uitgezonderd van het verplicht aanhouden in de schatkist zijn de volgende middelen:
Middelen voor zover deze, gerekend over een kwartaal gemiddeld het drempelbedrag niet te boven gaan.
Middelen op een zogenaamde G-rekening als bedoeld in artikel 1 lid k van de Uitvoeringsregeling Inleners-, keten- en opdrachtsgeversaansprakelijkheid 2004.
Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van een percentage van het begrotingstotaal van de gemeente.
Het drempelbedrag wordt jaarlijks in de treasuryparagraaf van de begroting opgenomen.
Over de benutting van het drempelbedrag per kwartaal wordt bij de jaarrekening gerapporteerd.
Middelen van derden vallen buiten het schatkistbankieren.
Voor de uitgezonderde middelen gelden de reguliere regels rondom uitzettingen zoals ze in dit Statuut zijn opgenomen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.5.
Schatkistbankieren
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Tiel houdende regels omtrent het Treasurystatuut gemeente Tiel 2017