Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 23

Doen van andere voorstellen

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2005

1. Ieder commissielid heeft het recht voorstellen aan de commissie te doen, betrekking hebbende op het takenpakket van de commissie. 2. De voorstellen worden ingediend bij de griffier. 3. De voorzitter plaatst de voorstellen op de agenda voor de eerstvolgende commissievergadering, mits ze minimaal 14 dagen voor verzending van de oproep als bedoeld in artikel 11 zijn ingediend 4. Zo nodig verzoekt de griffier de opsteller van het voorstel om een nadere toelichting daarop. 5. De griffier is belast met de opstelling van een afhandelingsvoorstel, dat tegelijk met het voorstel zelf aan de commissieleden wordt toegezonden. 6. Opstelling van een afhandelingsvoorstel kan achterwege blijven indien het gaat om voorstellen, die geen ambtelijke voorbereidingstijd vragen of voorstellen, die al in de commissie aan de orde zijn geweest of zouden komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel