**1.** Onder de in artikel 2.1 bedoelde kosten van de voorzieningen worden in elk geval begrepen de door of namens burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van:
de aanneemsom;
de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen;
het honorarium van de architect en de constructeur, de kosten van dagelijks toezicht en de bestedingskosten;
de kosten van het uitvoeren van bouwhistorisch onderzoek;
de leges van de bouwvergunning en van enige andere vergunning die nodig is voor het treffen van de voorzieningen;
de verschuldigde omzetbelasting.
**2.** Voor een aanvullende laagrentende geldlening in het onvoorziene en onvermijdelijke meerwerk kan door de eigenaar -voor zover hiermee niet de maximale grens van de voor lening in aanmerking komende kosten volgens artikel 2.1, lid 5, wordt overschreden- uiterlijk bij de gereedmelding een nieuwe aanvraag voor verstrekking van een laagrentende geldlening worden ingediend.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Artikel 2.2
Onderdeel van Verordening laagrentende geldlening gemeentelijk monumenten