Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 11

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ De Wolden 2013

1. Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de maatregel vastgesteld op: a. vijf procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de eerste categorie; b. twintig procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de tweede categorie; c. veertig procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de derde categorie. 2. In afwijking van het eerste lid, onder c, legt het college, indien belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de IOAW en de belemmerende gedragingen, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder a, dusdanige vormen aannemen dat gesproken moet worden van het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, blijvend een maatregel op ter hoogte van het door eigen toedoen niet verkregen netto inkomen uit deze arbeid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel