1. Onverminderd artikel 4, eerste lid, legt het college een
maatregel op van veertig procent van de uitkeringsnorm, indien
belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of
zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband
houden met de uitvoering van de IOAW/IOAZ.
2. Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan,
indien sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden
volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij
het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te
rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de
jongere een schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige
misdragingen is gegeven.
3. In afwijking van artikel 4, derde lid bedraagt de maatregel 100%
van de uitkeringsnorm, indien binnen twaalf maanden na bekendmaking
van een besluit waarbij een maatregel als bedoeld in het eerste lid,
is opgelegd,
sprake is van eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging.
Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt
gelijkgesteld het besluit om af te zien van het opleggen van een
maatregel op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6,
tweede lid.
Hoofdstuk 4
Artikel 14
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ De Wolden 2013