Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Berekening bijstandsnorm bij co-ouderschap

Onderdeel van Beleidsregels WWB/WIJ

In de praktijk van de bijstandsverlening komt het steeds vaker voor, dat de ouderlijke macht na echtscheiding in stand blijft (co-ouderschap) en dat beide ouders afspraken maken over (de duur van) het verblijf van de kinderen bij elk van de ouders. De WWB voorziet hier eigenlijk niet in: moeder is gedurende een gedeelte van de week alleenstaande. Voor het resterende gedeelte vormt zij een huishouden met een kind. In een dergelijk situatie kan geen ouder worden aangemerkt als een alleenstaande ouder in de zin van de wet. Gemeentelijk beleid Op verzoek van beide ouders kan bij co-ouderschap de norm individualiserend worden vastgesteld. De hoogte van de afwijkende norm is afhankelijk van de feitelijke zorgverdeling m.b.t. de kinderen. Hierbij zijn een drietal situaties mogelijk, te weten: Allebei de ouders ontvangen de norm voor een alleenstaande ouder; Deze uitkeringsnorm is alleen mogelijk als beide ouders - ieder afzonderlijk - voor elk van hem of haar ten laste komend kind, kinderbijslag aanvraagt, zodat bekend is wie welk(e) kind(eren) onderhoudt. Allebei de ouders ontvangen de norm voor een alleenstaande, verhoogd met voor beiden een evenredig deel van het verschil tussen de alleenstaanden-norm en de norm voor een alleenstaande ouder; De evenredigheid houdt in, evenredig aan het gedeelte van de week dat men de verzorging heeft van het kind of de kinderen. Bijvoorbeeld: het kind verblijft 4 dagen in de week bij betrokkene. Berekening norm: 4/7 x (rijks)norm alleenstaande ouder + 3/7 x (rijks)norm alleenstaande. Een van de ouders ontvangt bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder en de andere ouder naar de norm voor een alleenstaande. De ouders maken onderling uit wie aangemerkt moet worden als verzorgend ouder. Deze ouder komt in aanmerking voor de norm voor een alleenstaande ouder. De andere ouder ontvangt uitkering naar de norm voor een alleenstaande. Door de ouders is geen regeling getroffen. De norm alleenstaande ouder wordt dan toegekend aan die ouder, die de kinderbijslag ontvangt. De situatie bedoeld onder 1 kan zich nooit voordoen wanneer er sprake is van één kind, terwijl de situatie bedoeld onder 2 zich voordoet wanneer er slechts één kind aanwezig is. Het is het geen zaak voor de gemeente hoe de ouders onder elkaar de bijstand respectievelijk kinderbijslag verrekenen. Aandachtspunten De volgende aandachtspunten zijn bij bijstandsverlening in geval van co-ouderschap van belang. • Bepalend is in welke mate kinderen feitelijk bij de ouder verblijven. • Het is niet noodzakelijk, dat de afspraken tussen de ouders over het verblijf van de kinderen zijn vastgelegd in een formele, in rechte af te dwingen regeling. • Wie de kinderbijslag ontvangt doet aan het principe van de bijstandsberekening (norm alleenstaande plus toeslag) niets af. • Volgens bestaande jurisprudentie is er geen plaats voor extra bijstand t.b.v. eventuele meerkosten, bijvoorbeeld reiskosten van de kinderen, dubbel speelgoed, kleding e.d., die het gedeeld ouderschap met zich mee zouden kunnen brengen. Het is een eigen verantwoordelijkheid van de betrokkenen om eventuele kostenproblemen zelf op te lossen. • Als een of beide ouders jonger zijn dan 23 jaar moet worden uitgegaan van de bijstandsnorm die op betrokkene van toepassing is. Dit geldt ook voor de berekening van de toeslag. • Het kan voorkomen, dat de ouders een zodanige verblijfsregeling voor de kinderen kiezen, dat aan beide ouders de norm voor een alleenstaande ouder moet worden toegekend. Bijvoorbeeld in geval van 2 kinderen die beurtelings om de week bij een andere ouder verblijven. De motivering voor een dergelijke invulling van het co-ouderschap, ook als deze puur financieel van aard is, speelt voor de bijstandsverlening geen rol. De feitelijke situatie is bepalend. • Bij een tijdelijke incidentele wijziging van de verblijfsregeling door bijvoorbeeld vakantie of ziekte, korter dan 1 maand, wijzigt de uitkering niet. Alleen op uitdrukkelijk verzoek vooraf van de bijstandsgerechtigde kan de uitkering worden gewijzigd. • Frequente wijzigingen (bijvoorbeeld door ziekte of onregelmatige werktijden) en tijdelijke wijzigingen van langere duur (langer dan 1 maand) moeten wel tot aanpassing van de uitkering te leiden. • Bij frequente wijzigingen met een zekere regelmaat verdient het aanbeveling om een gemiddelde verblijfsduur te bepalen. Voorbeeld 1 De kinderen verblijven twee dagen per week bij Annelies en 5 dagen per week bij Bert. Beide ouders zijn zelfstandig wonend, 23 jaar of ouder en hebben een bijstandsuitkering. Annelies ontvangt Bert ontvangt 5/7 x alleenstaandenorm € ... 2/7 x alleenstaande oudernorm € ... 2/7 x alleenstaande oudernorm € ... + 5/7 x alleenstaandenorm € ... + co-oudernorm € ... co-oudernorm € ... toeslag 20% € 260,87 + toeslag 20% € 260,87 + Totale bijstand per maand € ... Totale bijstand per maand € ... Voorbeeld 2 De kinderen verblijven evenveel bij ouder Agnes als bij ouder Bavo, bijvoorbeeld afwisselend twee weken bij een van de ouders. Agnes is bijstandsafhankelijk en kan de kosten van levensonderhoud voor een deel met een medebewoner delen. Agnes ontvangt Bavo ontvangt 1/2 x alleenstaandenorm € ... 1/2 x alleenstaande oudernorm € ... + co-oudernorm € ... toeslag 10% € 123,91 + Totale bijstand per maand € ... geen bijstand Voorbeeld 3 Er zijn drie kinderen die nooit alle drie tegelijk bij één van de ouders zijn. Er is er altijd minimaal één bij elke ouder. Vanuit het oogpunt van de bijstand zijn beide ouders aan te merken als alleenstaande ouders.

Rechtspraak bij dit artikel