De aanvrager kan voor de in artikel 23, onder b en c vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer

  • - aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 23, onder a, onmogelijk maken dan wel
  • - een collectief systeem als bedoeld in artikel 23, onder a, niet aanwezig is.