1. 1. Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van de degene(n) die de ouderlijke macht over de minderjarige uitoefen(t) (en) of van de voogd(es), is artikel 11 van overeenkomstige toepassing.
  2. 2. Indien degene die een verklaring van toestemming moet overleggen niet in persoon verschijnt, kan de aanvraag slechts in behandeling worden genomen indien uit de overgelegde schriftelijke verklaring van toestemming en eventuele andere overgelegde stukken met de nodige zekerheid kan worden afgeleid dat de verklaring van toestemming van de betreffende persoon afkomstig is.