1. 1. Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de aanvrager op het formulier voor het aanvragen van de identiteitskaart onjuiste of onvolledige gegevens heeft vermeld, of de pasfoto's niet aan artikel 9, derde lid voldoen, verzoeken zij de aanvrager om binnen twee weken de door hen aangeduide gegevens te verbeteren of aan te vullen of pasfoto's te leveren die voldoen aan het bepaalde in artikel 9, derde lid.
  2. 2. Leidt het in het eerste lid genoemde verzoek niet tot verbetering of aanvulling van de gegevens of tot goede pasfoto's, dan laten burgemeester en wethouders de aanvraag buiten behandeling.
  3. 3. Indien de verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 13 niet wordt overgelegd laten burgemeester en wethouders de aanvraag buiten behandeling.