**1..** De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien de gehuwden lagere
algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de
bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk
kunnen delen van deze kosten met een ander.
**2..** De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 75% van het in
artikel 25, tweede lid van de wet genoemde bedrag.
**3..** De verlaging als bedoeld in het eerste lid blijft achterwege indien
de kosten van het bestaan uitsluitend kunnen worden gedeeld
met:
kinderen die aanspraak kunnen maken op studiefinanciering op
grond van hoofdstuk II van de Wet Studiefinanciering 2000,
of op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
onderwijsbijdrage en schoolkosten, dan wel waarvoor
aanspraak op kinderbijslag bestaat of,
niet ten laste komende kinderen jonger dan 21 jaar die over
een inkomen beschikken dat niet hoger is dan het in artikel
21 onder a van de wet genoemde bedrag.
Hoofdstuk
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand