**1..** Indien belanghebbende, niet zijnde een schoolverlater als bedoeld in
artikel 6 van de verordening, geen aantoonbare eigenaarslasten van
de zelfbewoonde woning, (onder)huurlasten of kosten heeft die
voortvloeien uit een kostgangersovereenkomst, verlagen burgemeester
en wethouders de toeslag zodanig, dat belanghebbende alleen de
beschikking heeft over de van toepassing zijnde bijstandsnorm,
vermeld in artikel 21 onder a of b van de wet danwel 80% van het
bedrag vermeld in artikel 21onder c van de wet.
**2..** Het eerste lid is niet van toepassing op degene die daadwerkelijk
inwonend is bij zijn ouder(s).
**3..** Indien kosten worden gedeeld met een derde die niet het
hoofdverblijf heeft in dezelfde woning, waardoor belanghebbende
lagere algemene kosten van bestaan heeft dan waarin de norm of de
toeslag voorziet, wordt de toeslag als bedoeld in artikel 3,
vastgesteld op. 25% van het in artikel 25, tweede lid van de wet
genoemde bedrag.
Hoofdstuk
Artikel 5
specifieke woonsituaties
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand