Het kan zijn dat de bijstand is verleend op een wijze die niet bevredigend wordt bevonden. Degene die de bijstand heeft gevraagd moet daarover kunnen overleggen met de griffier, die immers het eerste aanspreekpunt is. De griffier pleegt over de klachten overleg met de secretaris of met de externe adviseur. De griffier kan dan vragen om nadere bijstand of om de redenen waarom de bijstand niet op andere wijze is verleend, en deelt de resultaten van dit overleg mee. De bijstandvrager kan, als hij daardoor niet tevreden is gesteld, de aangelegenheid aan het presidium voorleggen. Dit laatste geldt eveneens, indien het informatie, advies of bijstand betreft die door griffie-ambtenaren is verleend.