Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 8

Instandhoudingsbepaling

Onderdeel van Archeologieverordening Oss 2010

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met uitvoeringsregels en/of in de vergunning of anderszins gestelde voorschriften om in een als archeologische beschermingszone aangewezen terrein projecten uit te (laten) voeren die gepaard gaan met bodemverstorende activiteiten. 2.. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien; de archeologische beschermingszone nader is aangeduid als Archeologisch monument en de uit te voeren bodemverstorende activiteiten van het project niet dieper gaan dan 0,3 meter beneden maaiveld; de archeologische beschermingszone nader is aangeduid als Hoge archeologische verwachtingswaarde 1 en de uit te voeren bodemverstorende activiteiten van het project niet dieper gaan dan 0,3 meter beneden maaiveld óf het oppervlak van het project kleiner is dan 50 m2; de archeologische beschermingszone nader is aangeduid als Hoge archeologische verwachtingswaarde 2 en de uit te voeren bodemverstorende activiteiten van het project niet dieper gaan dan 0,3 meter beneden maaiveld óf het oppervlak van het project kleiner is dan 100 m2; de archeologische beschermingszone nader is aangeduid als Middelhoge archeologische verwachtingswaarde en de uit te voeren bodemverstorende activiteiten van het project niet dieper gaan dan 0,3 meter beneden maaiveld óf het oppervlak van het project kleiner is dan 1.000 m2. 3.. Het verbod in lid 1 is evenmin van toepassing indien; het een normale agrarische grondbewerking betreft gelegen binnen een gebied zoals bedoeld onder lid 2, sub b, c of d én in het geldend bestemmingsplan een agrarische bestemming heeft, mits de bodem niet dieper dan 0,5 meter beneden maaiveld wordt verstoord; de bodemverstorende activiteit bestaat uit het aanbrengen van ondergrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen dan wel andere leidingen en daarmee verband houdende constructies, voor zover deze worden aangebracht binnen een bestaand leidingentracé binnen de daarvoor oorspronkelijk gegraven sleuf; het een bodemverstoring betreft die gedaan wordt in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgraving zoals bedoeld in artikel 12 lid 1, mits deze wordt verricht door een gekwalificeerd archeoloog als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 en / of lid 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel