Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht
geschiedt het onderzoek, het horen en de advisering inzake een schriftelijk
ingediende klacht door:
de gemeentesecretaris, voor zover de klacht betrekking heeft op
gedragingen van ambtenaren zoals hiervoor vermeld in artikel 1 onder
d;
de burgemeester voor zover de klacht betrekking heeft op gedragingen
van de gemeentesecretaris;
de burgemeester en de gemeentesecretaris voor zover de klacht
betrekking heeft op gedragingen van het college van burgemeester en
wethouders of een wethouder;
een wethouder en de gemeentesecretaris voor zover de klacht
betrekking heeft op gedragingen van de burgemeester;
een commissie, bestaande uit de voorzitter van de gemeenteraad
entwee daartoe door de raad aangewezen
raadsleden voor zover de klacht betrekking heeft op gedragingen van
de gemeenteraad of de griffier;
de plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad voor zover de
klacht betrekking heeft op gedragingen van de voorzitter van de
raad;
de griffier voor zover de klacht betrekking heeft op gedragingen van
medewerkers van de griffie.
Artikel 6
Behandeling van schriftelijke klachten
Onderdeel van Verordening klachtenbehandeling gemeente Ridderkerk 2005