Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 34

Buitengewoon verlof

Onderdeel van Aanvullende regels CAR/UWO 2010

Artikel 6:4 van de CAR/UWO geeft recht op buitengewoon verlof, hetgeen hierna volgt en tevens wordt aangevuld. Een ambtenaar heeft recht op: adoptie en pleegzorgverlof Een ambtenaar heeft recht op vier weken verlof gedurende een tijdvak van 18 weken. Dit tijdvak begint twee weken voor de feitelijke adoptie/pleegzorg. Wanneer er meerdere kinderen tegelijk worden aangenomen, bestaat er slechts recht op één keer verlof. Ook pleegouders krijgen recht op vier weken verlof als bij plaatsing in het gezin duidelijk is dat het kind duurzaam in het gezin wordt opgenomen. Tijdens het verlof wordt het loon volledig doorbetaald. De ambtenaar is wel verplicht om mee te werken met het aanvragen van een uitkering op grond van de Wet Arbeid en Zorg bij het UWV. Zie hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg (Waz). kraamverlof De ambtenaar heeft recht op 2 dagen betaald verlof na de bevalling van de partner. Het verlof dient binnen 4 weken te worden opgenomen vanaf het moment dat het kind feitelijk op hetzelfde adres als de moeder woont. Zie hoofdstuk 4 van de Wet arbeid en zorg (Waz). kortdurend zorgverlof De ambtenaar heeft per jaar recht op 10 dagen zorgverlof (parttimers naar rato). Dit zorgverlof kan opgenomen worden bij ernstige ziekte van kind, partner of ouders. De kosten van dit zorgverlof zijn voor 50% voor de werkgever en voor 50% van de ambtenaar. De ambtenaar mag hierbij verlofdagen inzetten. Zie hoofdstuk 5 van de Wet arbeid en zorg (Waz). langdurend zorgverlof De ambtenaar heeft per jaar recht op verlof van maximaal zes keer de arbeidsduur per week voor de verzorging van een naaste (ouder, partner, kind) met een levensbedreigende ziekte. Het standaardverlof is de helft van de arbeidsduur per week voor een periode van 12 weken. Maar de ambtenaar kan een verzoek indienen om het verlof in een afwijkende vorm te genieten. Het is de verantwoordelijkheid van de leidinggevende om in overleg met de ambtenaar afspraken te maken over de duur en de aard van dit verlof. De ambtenaar heeft recht op 50% doorbetaling van zijn bezoldiging over de uren waarin hij langdurend zorgverlof geniet. De ambtenaar kan het inkomen eventueel aanvullen door zijn levenslooptegoed in te zetten. Zie hoofdstuk 5 van de Wet arbeid en zorg en artikel 6:4:1a van de CAR/UWO. verlof bij overlijden van partner en verwanten in 1e en 2e graad De ambtenaar heeft recht op 4 dagen verlof bij het overlijden van de partner, kind of ouders. De ambtenaar heeft recht op 2 dagen verlof bij het overlijden van schoonouders, broers, zusters, zwagers, schoonzusters, grootouders of kleinkinderen. Het verlof wordt uitgebreid van 2 naar 4 dagen wanneer de ambtenaar de uitvaart regelt. calamiteitenverlof De ambtenaar kan gebruik maken van calamiteitenverlof bij bijzondere persoonlijke omstandigheden. Onder deze omstandigheden wordt in ieder geval verstaan: - eerste opvang van een plotseling ziek kind of partner; - andere onvoorziene plotselinge gebeurtenissen zoals: bevalling van partner, plotselinge ziekte kinderen, brand, gesprongen waterleidingen, andere onvoorziene plotselinge gebeurtenissen, wettelijke verplichting die niet in vrije tijd kan worden gedaan. Bij al deze omstandigheden is het verlof de tijd die naar billijkheid nodig is om maatregelen te treffen. Zie hoofdstuk 4 van de Wet arbeid en zorg (Waz).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel