Bij het beoordelen van veilig gebruik gaat het specifiek om de volgende aspecten.
Voldoende uitzicht van bestuurders vanaf de uitrit op de rijbaan en vice versa.
De herkenbaarheid van de uitweg voor het overige verkeer, zodat anticiperen op in- en
uitvoegend verkeer mogelijk is. Deze herkenbaarheid is meestal voldoende als een afwijkende
kleur of patroon van de bestrating is toegepast of als inritblokken aanwezig zijn. De herkenbaarheid van een uitweg is tevens van belang voor het rechtens kunnen handhaven van het verbod om voor een uitweg (uitrit) te parkeren.
Het doelmatig gebruik van de weg heeft in de eerste plaats betrekking op de parkeerbalans:
Voor het aanleggen van een uitweg in gebieden met een hoge parkeerdruk wordt maximaal één parkeerplaats op de openbare weg opgeofferd.
Het hebben van meer dan één uitweg per perceel is in het algemeen niet doelmatig wegens het verlies van openbare parkeerruimte en het extra doorsnijden van eventueel aanwezige bermen en paden.
Artikel 3–
Het veilig en doelmatig gebruik van de weg (2.1.5.3 lid 3 b)
Onderdeel van Beleidsregels voor het verlenen van uitwegvergunningen Bloemendaal 2008