Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Ontvankelijkheid klacht

Onderdeel van Verordening interne klachtbehandeling Gemeente Kerkrade 2006

1.. Van de behandeling van een klacht kan worden afgezien indien zij betrekking heeft op een gedraging: a. waarover reeds eerder een klacht is ingediend die met inachtneming van deze verordening is behandeld; b. die langer dan een jaar voor indiening van de klacht heeft plaatsgevonden; c. waartegen doo de klager bezwaar gemaakt had kunnen worden; d. waartegen door de klager beroep kan worden ingesteld, tenzij die gedraging bestaat uit het niet tijdig nemen van een besluit, of beroep kon worden ingesteld; e. die door het instellen van een procedure aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie dan een administratieve rechter onderworpen is, dan we onderworpen is geweest of, f. zolang terzake daarvan een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of een vervolging gaande is, dan wel indien de gedraging deel uitmaakt van de opsporing of vervolging van een strafbaar feit en terzake van dat feit een opsporingsonderzoek op bevel van de officier van justitie of vervolging gaande is. 2.. Van de behandeling van een klacht kan worden afgezien indien het belang van de klager dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is. 3.. Van het niet in behandeling nemen van de klacht wordt de klager zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het klaagschrift schriftelijk in kennis gesteld. 4.. Bij de kennisgeving wordt vermeld dat de klager vervolgens een verzoekschrift kan indienen bij de klachtenkamer van de Centrale Bezwaarschriften-en klachtencommissie en de termijn waarbinnen dit mogelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel