De in artikel 29 genoemde voorzieningen kunnen bestaan uit:
een al dan niet aangepaste bruikleenauto;
een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen;
een al dan niet aangepaste open elektrische buitenwagen;
een al dan niet aangepaste ander verplaatsingsmiddel;
aanpassing van een eigen auto;
gebruik van een bruikleenauto;
gebruik van een (regio) taxi of een eigen auto of een gesloten/open buitenwagen of vervoer door derden;
gebruik van een rolstoeltaxi;
noodzakelijk onderhoud en reparatie van een vervoersvoorziening;
aanschaf of gebruik van een ander verplaatsingsmiddel;
medisch noodzakelijke begeleiding tijdens het vervoer;
een combinatie van de onder a en b en c genoemde voorzieningen
Hoofdstuk 5
Artikel 32
Soorten vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Leidschendam-Voorburg 2007