Het is verboden in een openbare inrichting:
a. de orde te verstoren;
b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens het eerste lid van artikel 2:30;
c. zich te bevinden in kennelijke staat van dronkenschap;
d. een persoon toe te laten of te laten verblijven die in kennelijke staat van dronkenschap verkeert.