1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt.

2. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 16

bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer van de leerling en een

begeleider, indien de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of

psychische handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets dan wel bromfiets

gebruik kan maken.

3. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het

vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.

4. In afwijking van de bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, zoals bedoeld in

het eerste en tweede lid, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van

het vervoer per fiets dan wel bromfiets indien de leerling naar het oordeel van het college al dan

niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets dan wel zelfstandig gebruik

kan maken van het vervoer per bromfiets.