1. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders

van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 16 bezoekt, indien:

a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en de leerling met

gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur

onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per

openbaar vervoer kan worden teruggebracht;

b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en openbaar vervoer

ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college onder begeleiding gebruik

kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets;

c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en door de ouders ten

behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling

door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal

leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of

d. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke,

verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet in staat is – ook niet onder

begeleiding – van openbaar vervoer gebruik te maken.

2. Indien begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten

dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepaste

vervoer.