Als een belanghebbende een taaltoets zoals bedoeld in artikel 18b, lid 2 van de Participatiewet verwijtbaar niet aflegt, wordt dit gekwalificeerd als zijnde schending van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17, lid 2 Participatiewet en wordt een verlaging, behoudens indien zich dringende redenen voordoen, toegepast die overeenstemt met de verlagingen die zijn genoemd in de leden 9,10 en 11 van artikel 18b, lid 2 van de Participatiewet.
De verlagingen wegens het niet afleggen van de taaltoets zijn als volgt:
een verlaging van 20% van de bijstandsnorm gedurende maximaal 6 maanden in het geval voor de eerste keer de taaltoets niet is afgelegd;
een verlaging van 40% van de bijstandsnorm gedurende maximaal 6 maanden in het geval voor de tweede keer de taaltoets niet is afgelegd;
een verlaging van 100% van de bijstandsnorm van tenminste 3 maanden in het geval voor de derde keer of vaker de taaltoets niet is afgelegd.
Deze verlagingen, zoals genoemd in dit artikel, worden beëindigd vanaf het moment dat belanghebbende de taaltoets alsnog heeft afgelegd.
Hoofdstuk 4
Artikel 15
A Niet afleggen van de taaltoets zoals bedoeld in artikel 18b, lid 2 Participatiewet
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Hulst 2016