We brengen een groot deel van onze tijd door op het werk. Daardoor kan het gebeuren dat je een collega steeds aardiger vindt. Dan ontstaan er vriendschappen en soms liefdesrelaties. Natuurlijk bepalen we zelf met welke collega’s we in onze vrije tijd omgaan. Toch houden we er rekening mee dat een (vriendschappelijke) relatie van invloed kan zijn op de omgang met andere collega’s en ons werk. Zeker als er sprake is van een hiërarchische verhouding.
Wanneer er een persoonlijke relatie ontstaat met een collega bespreken we dit altijd met onze leidinggevende.
Wanneer een persoonlijke relatie problemen op kan leveren door de schijn van bevoordeling, beïnvloeding of andere negatieve beeldvorming, dan wordt samen met de leidinggevende gezocht naar een oplossing zoals bijvoorbeeld overplaatsing.
Deel 1 › Paragraaf 1.2
Artikel 1.2.6
Relaties op het werk
Onderdeel van Handboek Ambtelijke integriteit