Naar hoofdinhoud

Artikel 4

DE NIVEAUS VAN HULP

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Kampen

Onderscheid wordt gemaakt in zorg en ondersteuning op drie niveaus: Niveau 0: sociale infrastructuur (eigen netwerk, informele zorg en ondersteuning); Niveau 1: algemene vrij toegankelijke voorzieningen; Niveau 2: individuele voorzieningen in het kader van specialistische jeugdhulp. 4.1 Niveau 0: sociale infrastructuur Het eerste niveau vormt de basis van de sociale infrastructuur. We streven ernaar om ouders zoveel mogelijk zelf verantwoordelijk te houden voor de opvoeding van hun kind. Behalve ouders zijn hier meer mensen bij betrokken, want een kind groeit niet op in een geïsoleerde omgeving. Naast de eigen netwerken van mensen zijn er allerlei particuliere initiatieven en vrijwilligersorganisaties in Kampen, die een belangrijke bijdrage leveren aan onderlinge hulp- en dienstverlening en het versterken van de sociale cohesie. Denk bijvoorbeeld aan de vrijwillige hulpdiensten en maatjesprojecten. Daarnaast zijn er de pedagogische basisvoorzieningen waar jeugdigen en hun opvoeders veel mee te maken hebben: de scholen, kinderopvang, sportverenigingen en zo voort. Met betrekking tot jeugdhulp zijn het enerzijds de plaatsen waar veel aan preventie kan worden gedaan, zodat de ontwikkeling en opvoeding van jeugdigen is te optimaliseren en gewone, alledaagse opvoedingsvragen en problemen niet ontsporen. Anderzijds zijn het ook de vindplaatsen, waar met een goede signalering dreigende problematiek vroegtijdig is op te sporen en te (ver)helpen, zodat erger kan worden voorkomen. Ons beleid is erop gericht deze voorzieningen te versterken, zodat de daar werkzame professionals alledaagse problemen zelf adequaat kunnen oplossen en dreigende problematiek goed kunnen signaleren. Woningbouwcorporaties, arbeidsbemiddeling en vrijetijdsbesteding behoren tot dezelfde groep van basisvoorzieningen. Een goede huisvesting, dagbesteding (arbeid, school, vrije tijd) en een minimuminkomen zijn voor jongeren en gezinnen belangrijke basisvoorwaarden om goed te functioneren. Gebreken daarin staan bekend als belangrijke risicofactoren in de ontwikkeling en opvoeding van jeugdigen. Ons beleid is erop gericht de samenwerking met deze voorzieningen te stimuleren en risicofactoren te bestrijden. 4.2 Niveau 1: algemene voorzieningen (vrije toegang) Een algemene voorziening is rechtstreeks toegankelijk zonder toegangsbeoordeling, dan wel na een intake door een CJG-medewerker. 4.2.1 Algemene voorziening – direct toegankelijk Deze vorm van algemene voorzieningen sluit zoveel als mogelijk aan op eigen initiatieven van cliënten. Ze zijn volledig toegankelijk zonder toegangsbeoordeling en daarmee maximaal laagdrempelig. Deze voorzieningen geven ook invulling aan artikel 2.6 van de Jeugdwet, namelijk een voorziening die kosteloos en/of anoniem vragen van jongeren en/of ouders kan beantwoorden. Deze algemene voorzieningen in het kader van de jeugdhulp omvatten op dit moment in elk geval de volgende voorzieningen. Jeugdgezondheidszorg De jeugdgezondheidszorg (JGZ) is onderdeel van het CJG en bestaat uit het consultatiebureau, schoolartsen en schoolverpleegkundigen. Op het consultatiebureau werken artsen en verpleegkundigen die gespecialiseerd zijn in de zorg voor nul- tot vierjarigen. Zij volgen kinderen in zijn of haar groei en ontwikkeling. Daarnaast doen zij onderzoek en geven inentingen, voorlichting en advies. Schoolartsen en schoolverpleegkundigen volgen vervolgens de groei en ontwikkeling van de kinderen tot deze de leeftijd van 18 jaar bereikt hebben via o.a. periodiek onderzoek op de scholen voor primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO). Daarnaast geven ze voorlichting en advies aan zowel leerlingen, ouders en leerkrachten. De JGZ heeft een belangrijke signalerende functie en wordt in Kampen uitgevoerd door medewerkers van de GGD IJsselland. Informatie, voorlichting en (opvoed)advies Dit is een taak die enkele jaren geleden bij het CJG neergelegd is. Zij doen dit zowel passief via de websites www.cjgkampen.nl en de 24-uurs bereikbaarheid, als actief via voorlichtings- en ontmoetingsactiviteiten. Voor jongeren is er de website www.jonginkampen.nl. Deze website heeft een wat bredere functie, de Kamper pagina’s worden beheerd door de Stichting Welzijn in Kampen. Online hulpverlening en E-diensten Hieronder valt de ondersteuning die specifiek voor opvoed- en opgroeihulp digitaal wordt aangeboden en een platform biedt voor zelfhulp in het jeugddomein. Versterking van de vrijwillige inzet en informele netwerken. Hieronder valt bijvoorbeeld cliëntondersteuning en de ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan. Mantelzorgondersteuning Schoolmaatschappelijk werk; Op nagenoeg alle basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs biedt het CJG schoolmaatschappelijk werk (SMW) aan. Het SMW van het CJG adviseert en ondersteunt op de scholen jongeren, ouders, directies, intern begeleiders/zorgteams en leerkrachten. Het SMW is een vooruitgeschoven post van het CJG en als zodanig vormt het de toegang tot de individuele voorzieningen jeugdhulp. Veilig Thuis Veilig Thuis is de organisatie die is voortgekomen uit de fusie tussen het Advies- en meldpunt Kindermishandeling en het Steunpunt Huiselijk Geweld. Veilig Thuis is het nieuwe meldpunt waar iedereen (zowel inwoners als professionals) terecht kan voor het melden van zorgen om kinderen en/of hun ouders bij vermoedens van kindermishandeling of andere vormen van huiselijk geweld. Inwoners kunnen hier ook terecht voor het inwinnen van advies. Veilig Thuis zal bij een vermoeden van relevante problematiek een vervolgonderzoek starten en contact opnemen met de betreffende hulpverlenende instanties in de gemeente om actie te ondernemen. 4.2.2 Algemene voorziening – toegankelijk na intake De tweede vorm van algemeen beschikbare voorzieningen zijn de voorzieningen die toegankelijk zijn na intake. Deze vorm van jeugdhulp sluit op de direct toegankelijke voorzieningen aan in de zin dat er een hulpverleningscomponent in het werk zit. Dat kan dus omgekeerd ook het geval zijn, wanneer er een nazorgtraject nodig is wanneer een kind uit zware zorg terugkomt. basishulp begeleiding en verzorging jeugdigen met verstandelijke beperking gezinscoaching gezinsondersteuning ambulante opvoedhulp licht ambulante hulpverlening toeleiding naar zorg coördinatie van zorg. Basishulp wordt verzorgd door of vanuit het CJG. jeugdgezondheidszorg maatwerkdeel cursussen en trainingen 4.3 Niveau 2: individuele voorzieningen in het kader van specialistische hulp (niet vrije toegang; eerst onderzoek) Niet alle problemen zijn nabij, in de buurt en via de inzet van het eigen netwerk, informele zorg of algemene voorzieningen op te lossen. Soms hebben inwoners specifieke, specialistische en/of intensieve ondersteuning nodig. Het gaat om voorzieningen die vaak bovenlokaal, regionaal of soms zelfs landelijk zijn georganiseerd, zoals crisisopvang, pleegzorg, jeugdbescherming. Ook als deze ‘zwaardere’ vormen van hulp nodig zijn, blijft het uitgangspunt van nabijheid overeind. In situaties waar de basis niet voldoende ondersteuning biedt, moet snel en dichtbij ondersteuning vanuit individuele voorzieningen worden ingezet. Deze hulp ‘moet in een keer goed zijn’. Dat wil zeggen zo licht als het kan en zo zwaar als nodig. In paragraaf 4.4 wordt weergegeven welke individuele voorzieningen in het kader van specialistische hulp beschikbaar zijn. Tijdens de procedure bekijkt het CJG, al dan niet aangevuld met de analyse van overige professionals die al contact hebben gehad met het gezin, welke (combinatie) van zorg en ondersteuning passend is bij de hulpvraag van de cliënt. Het CJG zorgt ook voor de uitvoering met het oog op de wet, zoals het opstellen van de beschikking en/of de PGB afspraken. De beslissing of iemand voor specialistische hulp in aanmerking komt, is naast het CJG voorbehouden aan de huisarts, kinderarts, jeugdarts en gecertificeerde instellingen. De inzet van specialistische jeugdhulp zal altijd worden gebaseerd op het oordeel van deskundigen. 4.3.1 Leeftijdsgrens De inzet van jeugdhulp vindt plaats op basis van de Jeugdwet en het inwonerlijk wetboek, waarbij de leeftijdsgrens van 18 jaar wordt gehanteerd. Indien er binnen 6 maanden nadat een kind 18 jaar is geworden wordt geconstateerd dat er aanvullende hulp noodzakelijk is, kan de hulp uiterlijk worden verlengd totdat de jongvolwassene 23 jaar is geworden2. Alle aanvullende hulp na die leeftijd zal in principe worden gecontinueerd op basis van de beschikbare Wmo voorzieningen. 4.4 Individuele voorzieningen in het kader van specialistische hulp Hieronder staat per doelgroep weergegeven welke voorzieningen er beschikbaar zijn. 4.4.1 Beschikbare voorzieningen voor kinderen met een verstandelijke beperking3 Ondersteuning van, hulp aan of begeleiden van jeugdigen en hun ouders in individueel of in groepsverband, gericht op het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen, of omgaan met de gevolgen van een somatische, (licht) verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke beperking van de jeugdige, al dan niet in combinatie met de problematiek zoals beschreven onder 5.5.2 en 4.5.3. Alleen voor belanghebbenden die door hun cognitieve/verstandelijke beperking(en), ernstig fysieke beperkingen of gedragsproblematiek een specifieke dagstructurering nodig hebben, gericht op het verbeteren of behouden van capaciteiten en/of het reguleren van gedragsproblemen, is een vorm van begeleiding nodig. Het behandelen van jeugdigen met een somatische, (licht) verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke beperking, al dan niet in combinatie met de problematiek zoals beschreven onder 4.5.2 en 4.5.3, met als doel het bevorderen van hun deelname aan het maatschappelijk verkeer en van hun zelfstandig functioneren. Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging van jeugdigen4. Het ondersteunen van ouders van jeugdigen ter voorkoming van overbelasting, bijvoorbeeld door kortdurend verblijf. Het vervoer van een jeugdige gekoppeld aan de bovenstaande voorzieningen behandeling, begeleiding en/of kortdurend verblijf, voor zover naar het oordeel van het college noodzakelijk in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid5 . Residentiële hulp voor jeugdigen met een verstandelijke beperking6; 4.4.2Beschikbare voorzieningen voor kinderen in het kader van de geestelijke gezondheidszorg Ondersteuning van, hulp aan en het begeleiden voor jeugdigen en hun ouders gericht op het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen, of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, al dan niet in combinatie met psychosociale problemen en/of de problematiek zoals omschreven onder 4.5.1 en 4.5.3. Het behandelen van jeugdigen met een (chronisch) psychisch probleem, stoornis en/of psychosociale problemen, met als doel het bevorderen van hun deelname aan het maatschappelijk verkeer en van hun zelfstandig functioneren. Deze voorzieningen zijn beschikbaar zowel in het kader van de basis GGZ en de bijbehorende systematiek, als in het kader van de specialistische GGZ en de bijbehorende DBC systematiek7 . In het kader van de forensische psychiatrie is er geestelijke gezondheidszorg vanuit het strafrechtelijk kader beschikbaar. De forensische jeugdpsychiatrie levert naast intramurale zorg ook semimurale en ambulante zorg aan jeugdige delinquenten met een ontwikkelingsstoornis zoals ADHD, ODD/CD en/of ASS of met een (andere) psychiatrische stoornis; 4.4.3Beschikbare voorzieningen voor kinderen in het kader van jeugd- en opvoedhulp Specialistische en intensieve ondersteuning van, hulp aan of zorg voor jeugdigen (doelgroep 6-18 jaar oud) en hun ouders gericht op het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen, of omgaan met de gevolgen van zware gedragsproblemen, complexe opvoedingsproblemen van de ouders, al dan niet in combinatie met de problematiek zoals omschreven onder 4.5.1 en 4.5.2. Specialistische ondersteuning van, hulp aan of zorg voor het jonge kind (0-6 jaar oud) en hun ouders gericht op het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen, of omgaan met de gevolgen van gedragsproblemen, opvoedingsproblemen van de ouders, al dan niet in combinatie met de problematiek zoals omschreven hierboven. Gebiedsgerichte hulp bij jeugdcriminaliteit en jeugdoverlast: individuele trajecten waarbij jongeren die overlast veroorzaken/delinquent gedrag vertonen worden begeleid om (verder) afglijden naar criminaliteit te voorkomen en te werken aan een beter toekomstperspectief. Crisisopvang: bedoeld om snel in te kunnen grijpen bij een crisissituatie, waarbij een kind (of de ouders) gevaar loopt. Crisiszorg is 24-7 bereikbaar voor ouders en kinderen maar ook voor beroepskrachten die te maken krijgen met een spoedeisende crisissituatie. Als de veiligheid van een kind gevaar loopt, gaat een medewerker binnen twee uur naar het gezin toe en regelt de hulp die acuut nodig is. Binnen vier weken moet duidelijk zijn hoe de vervolghulp eruit gaat zien. Jeugdbescherming- en jeugdreclasseringsmaatregelen: de inzet die wordt gepleegd door de zogenaamde ‘gecertificeerde instelling’8, wanneer er sprake is, of dreigt te ontstaan, van een onveilige opvoed- en opgroeisituatie. De inzet van jeugdbescherming wordt in ieder geval altijd ingezet na uitspraak van de kinderrechter met een kinderbeschermingsmaatregel, zoals een (voorlopige) ondertoezichtstelling of het ontheffen/ontzetten van de ouders uit hun ouderlijk gezag. Jeugdhulp plus (gesloten plaatsingen): hulp met dwang en drang voor jeugdigen voor wie een ‘machtiging gesloten jeugdzorg’ is afgegeven door de kinderrechter. Pleegzorg: het tijdelijk opvangen van een kind van iemand anders. Er zijn situaties waardoor een kind niet thuis kan wonen. Sommige kinderen kunnen tijdelijk niet thuis wonen omdat hun ouders niet voor hen kunnen zorgen, of omdat het niet goed gaat tussen de ouders en het kind. Residentiële hulp in vrijwillig kader: residentiële jeugdhulp is hulpverlening waarbij kinderen en jeugdigen, op vrijwillige basis, (tijdelijk) dag en nacht buiten hun eigen omgeving verblijven. Het gaat om kinderen en jeugdigen met uiteenlopende problemen. De plaatsing heeft bij iedereen een eigen specifiek doel en verschilt daarom ook in duur. Residentiële jeugdhulp wordt geboden in instellingen van verschillende omvang, met verschillende specialisaties en met professionals met uiteenlopende opleidingen en achtergronden. Binnen deze sectoren bestaan verschillende typen residentiële zorg, zoals gesloten, besloten en open leefgroepen. 2 Hierbij geldt een uitzondering voor specifieke jeugdreclasseringstrajecten en/of specifieke gevallen van jongvolwassenen met een verstandelijke beperking. Het college behoudt altijd de bevoegdheid om, indien het dat nodig acht, voor deze of andere doelgroepen na deze leeftijdsgrens hulp in te zetten. Het betreft hier uitdrukkelijk uitzonderingsgevallen. 3 Er is sprake van een (licht) verstandelijke beperking bij kinderen indien het IQ lager is dan 85. 4 Persoonlijke verzorging tot 18 jaar gaat over naar de Jeugdwet. Persoonlijke verzorging tot 18 jaar als onderdeel van intensieve kindzorg (IKZ) of palliatief terminale zorg (PTZ), als onderdeel van IKZ of PTZ, valt onder de Zorgverzekeringswet. 5 In de praktijk zal er worden gezocht naar de meest efficiënte manier van de inzet van vervoer, wat betekent dat ook de beschikbare inzet bij de Wmo en het leerlingenvervoer hierbij wordt betrokken. 6 Tot en met de huidige indicatie ZZP 3. Kinderen in categorie ZZP 4 en hoger vallen onder de Wet langdurige zorg. 7 De generalistische basis GGZ (kort: basis GGZ) is onderverdeeld in een aantal behandelcategorieën die primair gericht zijn op het behandelen of begeleiden bij een (enkelvoudige) stoornis: kort, middel, intensief en chronisch. 8 Bijvoorbeeld Jeugdbescherming Overijssel (voorheen Bureau Jeugdzorg Overijssel) en de William Schrikker Groep voor gezinnen waar een beperking een rol speelt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel