Dit artikel is een aanvulling op de mogelijke intrekkingsgronden welke zijn geregeld in artikel 2.33 van de Wabo. De omstandigheden bij een vergunninghouder kunnen zich wijzigen als gevolg van bijvoorbeeld de verkoop van het monument in kwestie, gewijzigde ideeën over een uit te voeren verbouwing, of na een calamiteit. Hierdoor kan ook de noodzaak tot aanpassing van het monument vervallen, wijzigen of veranderen. De met de omgevingsvergunning vergunde werkzaamheden zijn dan meestal niet meer toereikend, zodat een nieuwe belangenafweging zou moeten plaatsvinden. In dat geval moet het college als vergunningverlener de mogelijkheid hebben om de vergunning in te trekken. Dit zal zich ook kunnen voordoen, wanneer geen gebruik gemaakt wordt van de vergunning, binnen de door de Wabo gestelde termijn van drie jaar.
Artikel 13.
Intrekken van de omgevingsvergunning en wijzigen voorschriften
Onderdeel van ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE EDE 2017