Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.3

Keuze tussen procedures

Onderdeel van Nota Ruimtelijke Beoordeling 2017

De verschillen tussen de hiervoor genoemde “zware” procedures maakt dat een keuze tussen de procedures gemaakt kan worden. Is er sprake van een concreet uitgewerkt plan, dan ligt het voor de hand om te kiezen voor een omgevingsvergunning met een afwijking van het bestemmingsplan. Heeft de initiatiefnemer nog geen direct beeld bij het te bouwen object, dan ligt het voor de hand om te kiezen voor een herziening van het bestemmingsplan. Die keuze dient de initiatiefnemer zelf te maken, tenzij er ongewenst extra bouwmogelijkheden ontstaan, bijvoorbeeld bij herbouwen van een woning buiten het bouwvlak. Bij een afwijking van het bestemmingsplan blijven op basis van het vigerende plan bouwmogelijkheden bestaan. In dat geval kan worden gekozen voor een bestemmingsplan, waarbij oude rechten komen te vervallen. Bij een bestemmingsplan kunnen flexibiliteitsbepalingen worden opgenomen. Hierdoor heeft de initiatiefnemer enige ruimte om zijn plan nader uit te werken. Bijkomend voordeel is dat in de toekomst dan ook de planologische situatie is geregeld. Dat kan ook aanleiding zijn om voor een bestemmingsplan te kiezen. Voorbeeld: bij omzetting van een agrarisch perceel met bedrijfswoning en -opstallen naar een particuliere bewoning kan via een bestemmingsplan (postzegel) of via een uitgebreide procedure van de Wabo. Bij de uitgebreide procedure wordt het gebruik van bouwwerken en gronden omgezet, net als bij een bestemmingsplan. Echter kan daarbij niet worden voorzien in toekomstige wensen voor uitbreidingen. Als later een (forse) uitbouw aan de woning gerealiseerd moet worden, dan moet daarvoor weer een aparte afwijkingsprocedure gevoerd worden. Bij een bestemmingsplan wordt de bestemming in zijn geheel gewijzigd en gelden voor het perceel na inwerkingtreding van het bestemmingsplan dezelfde uitbreidingsmogelijkheden als voor andere woningen in de straat of wijk. Dat biedt dus mogelijkheden voor de toekomst. De doorlooptijd van een bestemmingsplanprocedure wordt doorgaans ook als nadeel genoemd. Er kan immers pas een omgevingsvergunning voor het bouwen worden verleend nadat het bestemmingsplan in werking is getreden. De bevoegdheid daarvoor ligt bij de gemeenteraad. De gemeenteraad stelt zowel het ontwerp bestemmingsplan als het definitieve bestemmingsplan vast. Bij een uitgebreide procedure kan – in de gevallen waarbij geen verklaring van geen bedenkingen nodig is – door het college binnen een relatief korte tijd een omgevingsvergunning worden verleend, waarbij meteen ook kan worden gebouwd. Bij de coördinatieregeling is direct beroep mogelijk bij één instantie, namelijk de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, terwijl bij een omgevingsvergunning (in combinatie met een bestemmingsplan) dat meerdere instanties zijn. De Afdeling moet binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift een uitspraak doen terwijl het rechtsbeschermingstraject bij bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen aanzienlijk langer kan duren. In voorkomende gevallen kan de doorlooptijd van de procedure ook een reden zijn om voor één van de drie procedures te kiezen.

Rechtspraak bij dit artikel