Voor het werkkapitaalbeheer gelden de volgende specifieke uitgangspunten en richtlijnen:
aan de hand van de liquiditeitsplanning worden de geldstromen op gemeenteniveau zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Daarmee wordt het liquiditeitsgebruik beperkt.
Hierbij wordt er door het college op toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen;
indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan het college kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt de kasgeldlimiet niet overschreden;
het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd bij de huisbankier;
het college streeft naar concentratie van liquiditeiten binnen één rentecompensatie circuit bij haar huisbankier;
de huisbankier wordt hierbij gezien als een strategische partner, die moet voldoen aan de vereisten van de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo), alsmede geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM);
de bancaire condities bij de huisbankier worden jaarlijks op marktconformiteit beoordeeld. Indien deze condities niet meer marktconform zijn en het partnerschap niet meer naar tevredenheid van de gemeente wordt ingevuld, zal een offerteronde ten aanzien van het huisbankierschap uitgevoerd worden binnen de wettelijke kaders en het geldende aanbestedingsbeleid van de gemeente Drimmelen;
contante geldstromen alsmede spoedbetalingen worden zoveel mogelijk beperkt;
de uitgangspunten voor het debiteurenbeheer zijn vastgelegd in het invorderingsbeleid;
het college streeft naar een uiterste betaaltermijn van 15 dagen en hanteert een uiterste betaaltermijn van 30 dagen. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de betalingsvoorwaarden van de leverancier.