**1..** De klachtenbehandelaar stelt de klager en degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft, in de gelegenheid te worden gehoord.
**2..** Van het horen van de klager wordt afgezien indien:
de klacht kennelijk ongegrond is;
de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord;
de klager niet binnen een door het bestuursorgaan gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord.
**3..** Van het horen wordt een verslag gemaakt.
Hoofdstuk 2
Artikel 13