Naar hoofdinhoud
Veel panden in de binnenstad hebben een historische uitstraling met individuele gevels, een karakteristieke opbouw en indeling en traditioneel materiaal- en kleurgebruik. Om de karakteristieken van de panden zoveel mogelijk te handhaven en te versterken dient de oorspronkelijke gevel van het pand te worden gerespecteerd. Dit kan ook in een eigentijdse vormgeving, waarbij de hoofdindeling, vormgeving en afwerking van historische panden als inspiratie dient. De individualiteit van een pand herkenbaar houden, ook als één functie/gebruik over meerdere panden doorloopt. De relatie tussen begane grond en de bovenverdieping(en) behouden. De achtergevels van panden op percelen die grenzen aan de vestingwallen behandelen als voorgevels met aandacht voor behoud van gevelstructuur en passend kleur- en materiaalgebruik. De oorspronkelijke (historische) architectuur en gevelstructuur van een pand is leidend voor ingrepen en toevoegingen aan de gevel. Ramen (ook op verdieping) niet dichtplakken of op een andere manier permanent dichtzetten. Uitgaan van traditionele gedekte kleuren, materialen (hoofdzakelijk natuur- en baksteen) en een verfijnde detaillering en ornamentiek, passend bij de architectuur van het pand en het historische architectuurbeeld van de binnenstad. Geen felle, contrasterende en/of bonte kleuren. Beperkte gevelverlichting alleen bij openbare en publieksfuncties en niet in de woongebieden (4). Verlichting dient ondergeschikt te zijn en te harmoniëren met de gevel en openbare verlichting. Aanlichten van gehele gevels is niet toegestaan met uitzondering van enkele markante gebouwen. De (winkel)pui is vaak het visitekaartje van de winkelier of horeca-uitbater. Het laat zien wat er te koop is en probeert klanten te verleiden naar binnen te stappen. De puien bepalen mede de aantrekkelijkheid van de winkelstraten en pleinen in de binnenstad. Een pui over meerdere panden is niet toegestaan. De afzonderlijke panden staan op de grond en niet op een doorgaande plint. Geen pui over de volle breedte van de gevel. In ieder geval de eventuele eindpenanten van de gevel vrijhouden. Het is niet wenselijk de gehele pui open te laten of over de volle breedte van het pand te voorzien van een glazen gevel. Een pui kan een eigen verschijningsvorm hebben, maar is altijd een onderdeel van een samenhangende gevel. Een pui moet in de rooilijn staan zonder brede en diepe terugspringende delen. Verhouding breedte en diepte is afhankelijk van situatie en ontwerp. De grootte van een pui of etalage is passend bij de schaal en maat van de totale gevel. Het kleur- en materiaalgebruik en de detaillering van een pui verdienen bijzondere aandacht en verfijning, waardoor er een evenwichtig en rijk architectonisch beeld ontstaat. Natuurlijke materialen zoals hout, glas, baksteen en natuursteen geven meer stijl aan de pui en zijn minder modegevoelig. Geen felle, contrasterende en/of bonte kleuren. Opvallende vormgeving van winkelpui verstoort samenhang oorspronkelijke gevel en daarmee gehele straatbeeld. Doorlopen van luifel over twee panden is niet gewenst. Tevens is maatvoering luifel te groot voor architectuur. Reclame-uitingen op zonneschermen en markiezen uitsluitend op volant. Door gebruik te maken van bestaande historische karakteristiek past winkelpui in architectuur pand en gewenste straatbeeld. Bescheiden eigentijdse luifel is mogelijk, mits gedetailleerd vormgegeven en passend in bouwstijl van gevel of pui. Ingetogen zonwering voor winkeletalage passend bij gehele uitstraling pand. Luifels kunnen de uitstraling van een winkelpui versterken en vormen een overkapping (droogloop) boven een etalage. Het is niet wenselijk dat door de luifel de begane grondlaag ‘los’ komt van de bovengelegen verdiepingen. Een luifel is daarom alleen toegestaan als deze goed is geïntegreerd met de architectuur en wanneer het de samenhang tussen de begane grondlaag en de bovenverdiepingen niet verstoort. Geen nieuwe luifels bij monumenten. Plaatsing van een luifel alleen boven de pui van panden met een publieksfunctie, minimaal 2.20 m. boven maaiveld. Luifel niet over de volle breedte of over meerdere individuele panden. Eventuele eindpenanten van de gevel vrijhouden. Maatvoering is afhankelijk van specifieke situatie maar in ieder geval ondergeschikt aan de gevel en maximaal 1.00 meter buiten het gevelvlak stekend. Gedetailleerd en verfijnd vormgegeven passend bij de indeling en vormgeving van de pui. Ingetogen kleur- en materiaalgebruik passend bij gevel. Geen felle, contrasterende en/of bonte kleuren. Reclame op het voorvlak van de luifel in ingetogen vorm met losse letters met eventueel een beeldmerk. Zonweringen (schermen en markiezen) bieden functionele bescherming tegen de zon maar zijn ook vaak een verfraaiing van de gevel, de winkelpui en het terras. Net als bij luifels is de eenheid en de harmonie met de gevel van groot belang Plaatsing van zonwering boven de pui of over het terras, minimaal 2.20 m. boven maaiveld (gemeten aan laagste onderzijde) en niet boven een eventuele rijloper laten uitsteken. Een doorlopende zonnescherm over de volle breedte over een terras mogelijk. Bij winkelpuien en op de verdieping(en) de zonwering alleen plaatsen voor de etalage of raamopeningen aan de binnenzijde van de kozijnen of op het kozijnhout. De vorm en maatvoering, inclusief de ophang- of bevestigingsconstructie, afstemmen op de schaal en de architectuur van het pand. De hoogte van de zoom/volant is maximaal 0.25 m. Zonwering bestaat uit geweven doek, uitgevoerd in traditionele kleur, uniform of met klassiek gestreepte patronen. Reclame op de volant in ingetogen vorm met losse letters met eventueel een beeldmerk. Een straat waar het beeld na winkelsluitingstijd wordt bepaald door gesloten rolluiken is onaantrekkelijk. Een rolluik dient dan ook grotendeels te bestaan uit voldoende doorkijkopeningen zoals traliewerk. Uitgangspunt is dat een rolluik inpandig wordt geplaatst tenzij het niet anders kan. Indien kan worden aangetoond dat een inpandig rolluik niet realiseerbaar is, kan een rolluik aan de buitenzijde worden aangebracht (afhankelijk van de schaal, de architectuur en de ligging van het betreffende pand). De vorm, structuur, maatvoering en kleur moet passen bij de gevel. In bijzondere situaties kunnen aanvullende maatregelen zoals betonnen paaltjes worden toegestaan om ramkraken te voorkomen. Bij monumenten heeft een zo min mogelijk beeldverstorende inpandige beveiliging de voorkeur. Geen rolluiken aan de buitenzijde bij monumenten. Geen rolluiken aan voorgevel op verdiepingen van panden in de centrale ontmoetingsruimte (2). Toepassen van ingetogen kleuren of kleuren die harmoniëren met het interieur, de pui of de gevel. Geen felle, contrasterende en/of bonte kleuren. Geen graffiti, reclame of andersoortige beschildering of opdrukken op rolluiken. Aan de binnenzijde: Een rolluik die meer dan 2.00 m. achter de uitwendige scheidingsconstructie (pui) wordt geplaatst moet voor minimaal 50% uit een open constructie of doorkijkopeningen bestaan. Een rolluik die direct achter de uitwendige scheidingsconstructie (pui) wordt geplaatst moet voor minimaal 75% uit een open constructie of doorkijkopeningen bestaan. Toepassen van ingetogen kleuren of kleuren die harmoniëren met het interieur of de gevel. Rolluiken aan de binnenzijde die grotendeels bestaan uit traliewerk of glasheldere doorkijkopeningen hebben de voorkeur. Aan de buitenzijde: Als aan de binnenzijde niet mogelijk is. De rolluik voor een pui moet voor minimaal 90% uit traliewerk of glasheldere doorkijkopeningen bestaan. Maatvoering afstemmen op de aanwezige raamopening of etalage. Het ontwerp dient zoveel mogelijk de bouwkundige indeling van een gevel of pui te volgen. De bak met geleidingen moet binnen de neggen van de vensters blijven, van beperkte afmetingen zijn en mag slechts zeer gering buiten de gevel steken. Rolluiken aan de buitenzijde alleen als het niet anders kan en nagenoeg volledig met traliewerk of glasheldere doorkijkopeningen.

Rechtspraak bij dit artikel