Naar hoofdinhoud
Er zijn uiteenlopende situaties denkbaar waarin reiskosten worden gemaakt voor deelname aan het maatschappelijk verkeer of het ontvangen van zorg of diensten. Een belanghebbende wordt geacht uit een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm de vervoerskosten te kunnen voldoen om in aanvaardbare mate deel te kunnen nemen aan het leven van alledag en sociale contacten te onderhouden. Hieronder zijn dus niet begrepen de kosten die samenhangen met een als gevolg van bijzondere omstandigheden, tijdelijk optredende, extra vervoersbehoefte. Reiskosten die in aanmerking kunnen komen voor vergoeding via individuele bijzondere bijstand zijn: Reiskosten voor een bezoek aan een arts, therapeut of specialist buiten de gemeentegrenzen; Reiskosten voor het bezoeken van een familielid in de eerste graad in een ziekenhuis of verpleeginrichting. Voor de duur van de opname in een ziekenhuis of verpleeginrichting kan maximaal 2 maal per week bijzondere bijstand verstrekt worden. In individuele gevallen kan hiervan afgeweken worden, bijvoorbeeld wanneer het een ten laste komend minderjarig kind betreft die is opgenomen. Reiskosten voor het bezoeken van een familielid in de eerste graad in een detentiecentrum (gevangenis). Hiervoor kan maximaal 1 maal per 4 weken bijzondere bijstand verstrekt worden. Reiskosten bij het volgen van een re-integratie- of scholingstraject. Voor de reiskosten die verband houden met de kosten onder a en b, geldt dat bijzondere bijstand verstrekt kan worden voor zover deze niet vergoed worden door een voorliggende voorziening. De Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt in dit geval als een voorliggende voorziening beschouwd. Vervoer in verband met het ontvangen van zorg of diensten als bedoeld in de Zvw, is geregeld in de artikelen 2.13 tot en met 2.16 Besluit zorgverzekering. In deze artikelen staat genoemd in welke gevallen reiskosten worden vergoed. Voorwaarden voor de toekenning van individuele bijzondere bijstand voor reiskosten als genoemd onder a t/m d, zijn: De enkele reis moet minimaal 10 kilometer bedragen (kortste route via de ANWB routeplanner); Van de grens van 10 kilometer kan worden afgeweken bij aantoonbare gezondheidsklachten of in het geval van bijzondere situaties; Indien de enkele reis minimaal 10 kilometer bedraagt, komt de volledige reisafstand (kortste route via de ANWB routeplanner) in aanmerking voor vergoeding; De hoogte van de vergoeding is opgenomen in het Besluit. Reiskosten van scholieren in het geval zij hun opleiding aantoonbaar niet in de directe omgeving kunnen volgen. Voor schoolgaande kinderen tot 18 jaar kan een beroep gedaan worden op het kindgebonden budget bij de Belastingdienst. Deze regeling voorziet echter niet in de reiskosten naar school. Scholieren van 18 jaar en ouder kunnen een beroep doen op de Wet tegemoetkoming opleidings- en schoolkosten (WTOS) bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Ook deze regeling voorziet niet in de reiskosten naar school. Voor bovenstaande reiskosten geldt dat er een voorliggende voorziening beschikbaar is voor schoolgaande kinderen/jongeren die speciaal onderwijs bezoeken. Het beleid zoals vastgelegd in de verordening leerlingenvervoer gemeente Montferland, gebaseerd op de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs, wordt in dit geval als voorliggende voorziening beschouwd. Voorwaarden voor de toekenning van individuele bijzondere bijstand voor reiskosten zijn: De enkele reis moet minimaal 15 kilometer bedragen (kortste route via de ANWB routeplanner); Van de grens van 15 kilometer kan worden afgeweken bij aantoonbare gezondheidsklachten of in het geval van bijzondere situaties; Indien de enkele reis minimaal 15 kilometer bedraagt, komt de volledige reisafstand (Ov tarief) in aanmerking voor vergoeding; Voor de vergoeding van reiskosten van schoolgaande kinderen te weten het openbaar vervoer tarief, worden de kosten volledig vergoed voor een maximale periode van 10 maanden per schooljaar. De vergoeding wordt maandelijks verstrekt. Een uitzondering op bovenstaande regels kan worden gemaakt in geval een kind niet kan fietsen (bijvoorbeeld: kinderen van statushouders die nooit hebben leren fietsen). In dit geval kan bijzondere bijstand voor de vervoerskosten (Ov) worden verstrekt bij een reisafstand van minder dan 15 kilometer. Een voorwaarde voor het verstrekken van bijzondere bijstand is dat het kind leert fietsen. Er kan voor maximaal 6 maanden bijzondere bijstand worden verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel