Bij het vaststellen van de noodzaak voor extra stookkosten dient er een medisch advies te worden opgevraagd. In voorkomende gevallen zal in redelijkheid bepaald moeten worden wat de hoogte is van de kosten bij een regulier verbruik in die woning. Dat kan worden bepaald door bij de energieleverancier te informeren naar het gemiddeld verbruik van soortgelijke woningen in dezelfde straat. Als de meerkosten zijn vastgesteld en er is een medisch noodzaak vastgesteld voor de extra stookkosten, kunnen de kosten jaarlijks worden geïndexeerd op grond van prijsindexering gezinsconsumptie, zolang de kosten noodzakelijk zijn.
Iedereen in Nederland maakt kosten voor voeding en het bereiden van maaltijden. Een inkomen op het niveau van een bijstandsuitkering wordt voldoende geacht om deze kosten te betalen. In principe is er dan ook geen recht op bijzondere bijstand voor deze kosten.
Als men vanwege leeftijd of handicap is aangewezen op de (warme) maaltijdvoorziening, dan is er mogelijk recht op bijzondere bijstand voor de meerkosten van maaltijdvoorziening. Meerkosten zijn de kosten die iemand méér kwijt is aan maaltijden dan wanneer iemand zijn/haar eigen maaltijden kan bereiden. De aanvrager moet dan wel aan de navolgende voorwaarden voldoen:
niet in staat zijn een eigen maaltijd te bereiden en geen beroep kunnen doen op gebruikelijke zorg door een partner of inwonende kinderen; en
gebruik maken van een maaltijdvoorziening.
Bijzondere bijstand kan voor meerkosten, te weten de kosten bovenop de in de tabel in de NIBUD prijzengids genoemde kosten, verstrekt worden tot het maximumbedrag van de maaltijdvoorziening van Welcom. Doorgaans vindt de maaltijdvoorziening vanuit Welcom plaats. Zij gaan uit van een 3-gangenmenu. De prijs van dit 3-gangenmenu kan vergoed worden minus het bedrag wat algemeen gebruikelijk is voor een maaltijd (volgens de NIBUD prijzengids).
Als er gebruik moet worden gemaakt van de diensten van een advocaat, dient men zich te melden via het Juridisch Loket voor rechtsbijstand (voorliggende voorziening). Dit zal lagere kosten met zich meebrengen. Ingevolge de Wet op de rechtsbijstand moet een eigen bijdrage betaald worden voor deze kosten en mogelijke andere kosten als griffierechten en bureaukosten van de advocaat.
De Centrale Raad van Beroep heeft in een uitspraak vastgesteld dat de gemeente de noodzakelijkheid van het voeren van de procedure niet mag beoordelen, omdat de noodzaak al is beoordeeld op grond van de Wet op de rechtsbijstand. Als er derhalve sprake is van op grond van de Wet op de rechtsbijstand gefinancierde rechtskundige bijstand, worden de te betalen eigen bijdrage en de overige kosten aangemerkt als bijzondere kosten, waarvoor bijzondere bijstand om niet kan worden verleend. Voor de vergoeding van de te betalen eigen bijdrage, wordt de van toepassing zijnde norm van het juridisch loket gehanteerd (zie Besluit). Wanneer een belanghebbende niet eerst rechtshulp vraagt aan het Juridisch Loket en als gevolg daarvan wordt geconfronteerd met een hogere eigen bijdrage, dan kan de bijzondere bijstand worden afgestemd met een bedrag (zie Besluit) wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan (zie artikel 13 “afstemmen eigen bijdrage rechtsbijstand” van de afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ 2016). Het kan belanghebbende immers worden verweten dat hij/zij een hogere eigen bijdrage moet betalen.
De kosten, die verband houden met een verhuizing of (her)inrichting van een woning behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Dergelijke kosten moeten worden voldaan uit de bijstandsuitkering of het daarmee in hoogte vergelijkbare inkomen, hetzij door middel van reservering, hetzij door gespreide betaling achteraf.
De Participatiewet schrijft voor dat als sprake is van bijzondere omstandigheden, bijzondere bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht, dan wel in de vorm van een bedrag om niet (artikel 51, lid 1). De eerste twee vormen verdienen de voorkeur boven verstrekking om niet. Indien een geldlening wordt verstrekt, wordt van het college verwacht dat de aflossingsbedragen en de duur van de aflossing mede worden afgestemd op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende. Van bijzondere omstandigheden kan worden gesproken, als een verhuizing of (her)inrichting dermate noodzakelijk is, dat uitstel hiervan tot ongewenste situaties leidt. Hierbij moet de mogelijkheid om te reserveren hebben ontbroken en de mogelijkheid van gespreide betaling achteraf niet bestaan.
De gemeente verstrekt – indien er sprake is van bijzondere omstandigheden – bijzondere bijstand voor woninginrichting bij voorkeur via leenbijstand. De kosten die gemaakt worden voor de (her-)inrichting van een woning dienen het gevolg te zijn van een verhuizing of de toewijzing van een woning aan statushouders op grond van de door het Rijk opgelegde taakstellingsverplichting. De gemeente verstrekt in dit geval aan de belanghebbende via een lening een bedrag voor woninginrichting en bepaalt bij het verstrekken van deze lening het bedrag dat de belanghebbende (al dan niet automatisch via zijn of haar bijstandsuitkering) maandelijks aflost.
Belanghebbende krijgt de vrijheid om de financiële middelen te besteden en hoeft niet iedere aankoop met een bon te verantwoorden. Wel wordt verwacht dat het verstrekte bedrag toereikend is, onder andere doordat belanghebbende duurzame gebruiksgoederen tweedehands aanschaft. Indien de belanghebbende aangeeft niet uit te komen met het verstrekte bedrag, dan kan met een steekproef en een huisbezoek bepaald worden of er recht bestaat op aanvullende middelen. Dit is maatwerk.
Ook niet-statushouders kunnen in bijzondere omstandigheden aanspraak maken op bijzondere bijstand voor de kosten van woninginrichting en/of verhuizing. Het uitgangspunt is dat in principe iedere inwoner van 18 jaar en ouder recht heeft op zelfstandige huisvesting. Men wordt echter geacht hiervoor middelen te reserveren. Op het moment dat een belanghebbende over geen of te weinig middelen beschikt om te verhuizen, dan zal de verhuizing uitgesteld moeten worden. Alleen in bijzondere omstandigheden als gevolg van een acute noodsituatie, wordt bijzondere bijstand verstrekt voor woninginrichting en/of verhuizing aan niet-statushouders.
Voor het bepalen van de hoogte van de leenbijstand voor noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen, wordt aansluiting gezocht bij de Prijzengids van het NIBUD. Het NIBUD heeft inventarispakketten samengesteld voor verschillende typen huishoudens. In deze pakketten zijn gangbare prijzen opgenomen van een groot aantal artikelen die tot de inventaris van gemiddelde huishoudens in Nederland behoren. Het NIBUD houdt bij het bepalen van de richtbedragen geen rekening met de mogelijkheid om goederen tweedehands aan te schaffen. Redenen hiervoor zijn dat de prijzen van tweedehands artikelen niet vastliggen en het aanbod per regio verschilt. Montferland hecht veel waarde aan hergebruik van duurzame gebruiksgoederen en voorziet dat er in de regio voldoende tweedehands gebruiksgoederen beschikbaar zijn. Tevens wordt er vanuit gegaan dat belanghebbenden zoveel mogelijk gebruik maken van de goederen waarover zij beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken. Op basis hiervan wordt de hoogte van de leenbijstand vastgesteld op 50% van de normen uit de NIBUD Prijzengids. De hoogte van de bedragen voor leenbijstand per type huishouden zijn weergegeven in het Besluit.
De kosten voor een reguliere vervanging van een duurzaam gebruiksgoed waar men reeds over beschikt, worden niet tot de verhuis- en inrichtingskosten gerekend. Er wordt vanuit gegaan dat men zoveel mogelijk gebruik maakt van de goederen waarover men reeds beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden kan er bijzondere bijstand voor huishoudelijke apparaten verstrekt worden (zie 9.5).
Van alle inwoners, ook van mensen met een inkomen op of rond het sociaal minimum, wordt verwacht dat zij geld reserveren voor de aankoop en vervanging van duurzame gebruiksgoederen. In principe verstrekt de gemeente geen individuele bijzondere bijstand voor de aankoop en vervanging van deze goederen, zoals een bankstel, bed en een fiets. Echter zijn er situaties denkbaar waarin de vervanging van een duurzaam gebruiksgoed niet uitgesteld kan worden, omdat het goed voorziet in een primaire levensbehoefte.
Voor drie duurzame gebruiksgoederen wordt een uitzondering gemaakt. Dit betekent dat voor de vervanging – dus niet voor de eerste aanschaf of reparatie – van een wasmachine, koelkast en kookapparatuur – bijzondere bijstand ‘om niet’ verstrekt kan worden.
Het recht op bijzondere bijstand voor de genoemde gebruiksgoederen moet altijd individueel worden beoordeeld en vastgesteld. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
Belanghebbende moet een zelfstandige huishouding voeren;
Belanghebbende dient minimaal 36 maanden een inkomen tot 120% van het sociaal minimum te hebben;
Het vermogen van belanghebbende mag in de voorgaande 36 maanden niet hoger zijn dan de vermogensgrens voor een bijstandsuitkering;
Per duurzaam gebruiksgoed kan eenmaal per 6 jaar individuele bijzondere bijstand ‘om niet’ worden verstrekt;
Per duurzaam gebruiksgoed gelden vaste maximumbedragen. Deze bedragen zijn opgenomen in het Besluit.
De afhandeling van een aanvraag bijzondere bijstand in het kader van de “witgoedregeling” kan volgens het principe van de direct-klaar-dienstverlening plaatsvinden. Hiervoor wordt verwezen naar de werkinstructie van het direct klaar loket c.q. snelloket.
Hoewel van alle inwoners, ook van mensen met een inkomen op of rond het sociaal minimum, wordt verwacht dat zij geld reserveren voor de aankoop en vervanging van duurzame gebruiksgoederen, zijn er situaties denkbaar waarin de vervanging van een duurzaam gebruiksgoed niet uitgesteld kan worden, omdat het goed voorziet in een primaire levensbehoefte. Een computer, laptop of tablet wordt steeds meer beschouwd als een product waarover iedere inwoner zou moeten kunnen beschikken. Daar komt bij dat de dienstverlening van de gemeente ook steeds meer digitaal plaatsvindt. De gemeente kiest er daarom voor om voor de vervanging – dus niet voor de eerste aanschaf of reparatie – van óf een computer, óf een laptop, óf een tablet bijzondere bijstand ‘om niet’ te kunnen verstrekken.
Het recht op bijzondere bijstand voor óf een computer, óf een laptop, óf een tablet moet altijd individueel worden beoordeeld en vastgesteld. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
Belanghebbende moet een zelfstandige huishouding voeren;
Belanghebbende dient minimaal 36 maanden een inkomen tot 120% van het sociaal minimum te hebben;
Het vermogen van belanghebbende mag in de voorgaande 36 maanden niet hoger zijn dan de vermogensgrens voor een bijstandsuitkering;
Voor óf een computer, óf een laptop, óf een tablet kan eenmaal per vijf jaar individuele bijzondere bijstand ‘om niet’ worden verstrekt;
Het kind of de kinderen mogen geen computer of tablet de afgelopen 60 maanden hebben ontvangen via het armoedebeleid kinderen 2017.
Voor de bijzondere bijstand voor óf een computer, óf een laptop, óf een tablet geldt een vast maximumbedrag, zoals opgenomen in het Besluit.
De kosten van een babyuitzet behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kosten kunnen in beginsel worden voldaan uit een inkomen met een hoogte van minimaal de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Bijzondere bijstand voor de babyuitzet wordt enkel verstrekt voor het eerste kind in een gezin én alleen als er sprake is van bijzondere omstandigheden. De babyuitzet bestaat uit een basispakket voor kleding, verzorging en een babykamer. In het algemeen geldt dat voor alle overige kosten voor verzorging en opvoeding een belanghebbende kan reserveren.
De individuele bijzondere bijstand voor een babyuitzet wordt ‘om niet’ verstrekt. Op basis van gelijksoortige aannames als in het geval van verhuis- en inrichtingskosten, wordt voorgesteld de hoogte van de individuele bijzondere bijstand voor een babyuitzet vast te stellen op 50% van de norm uit de NIBUD-prijzengids.
Bij de geboorte van een tweede of volgend kind mag verondersteld worden dat de noodzakelijke artikelen voor de babyuitzet en de babykamer al aanwezig zijn en dat er geen noodzaak is voor bijzondere bijstand voor de aanschaf van deze artikelen.
Kosten van aangepaste kleding voor de moeder behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kosten kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm en komen derhalve niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.
Op grond van artikel 13 lid 1 sub g Participatiewet kan er geen bijstand worden verleend indien de belanghebbende bij het ontstaan van de schulden, of daarna, over voldoende middelen beschikte. Uit de jurisprudentie blijkt verder dat slechts zelden van dit uitgangspunt wordt afgeweken. Er dient dan in ieder geval sprake te zijn van zeer bijzondere, individuele omstandigheden. Als ontruiming van de woning en/of afsluiting van de energievoorziening dreigt kan bij hoge uitzondering (levensbedreigende situatie, sociale omstandigheden) soms een lening mogelijk zijn.
Uit de rapportage moet duidelijk worden dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die
bijstandsverlening noodzakelijk maken. In de rapportage moet daarom in ieder geval aandacht
besteed worden aan de volgende zaken:
de verwijtbaarheid;
het financiële verleden van de cliënt (o.a. eerdere huur- en energieschulden);
de oorzaak van de schulden;
de gezinssamenstelling en de omstandigheden waarin het huishouden verkeert;
de aanpak van het totale schuldenpakket van de cliënt, waarbij de Stadsbank Oost Nederland nadrukkelijk als voorliggende voorziening geldt (schuldhulpverlening).
Het afdelingshoofd Sociale Zaken of de senior medewerker Werk en Inkomen moet de rapportage goedkeuren, alvorens bijzondere bijstand wordt verstrekt ten behoeve van schulddelging. Tevens wordt aan de bijstandsverlening ten behoeve van schulden de voorwaarde verbonden dat de aanvrager medewerking verleent aan schuldhulpverlening.
De noodzakelijke uitvaartkosten van echtgenoot, ouders, partner en/of minderjarige kinderen, komen voor bijzondere bijstandsverlening in aanmerking indien de kosten niet uit de nalatenschap kunnen worden voldaan (bijv. saldo op rekening overledene). De bijzondere bijstand is per uitvaart gemaximeerd, onder aftrek van de uitkering van de begrafenis/uitvaartverzekering.
Een uitvaart mag maximaal het in het financieel besluit genoemd bedrag kosten. Als de kosten van de uitvaart hoger is, dan zijn de meerkosten voor rekening van de nabestaande(n). De hoogte van het bedrag dat aan bijzondere bijstand kan worden verstrekt, bedraagt maximaal het in het financieel besluit genoemde bedrag.
De aanvrager dient nota’s van de gemaakte kosten te overleggen.
Bij overlijden in het buitenland wordt geen bijzondere bijstand verleend voor de kosten van repatriëring. Er wordt tevens geen bijstand verleend voor een begrafenis en/of uitvaart in het buitenland. Voor de uitvaart van andere personen, dan ouders, echtgenoot/partner of kinderen wordt in principe geen bijstand verleend, omdat de kosten van de uitvaart uit de erfenis moeten worden voldaan, dan wel de mogelijkheid bestaat de erfenis te verwerpen. Erfgenamen zijn dan niet verantwoordelijk voor de kosten van de uitvaart.
De criteria om voor bijstand in aanmerking te komen zijn:
bijzondere bijstand is mogelijk in de kosten van bewindvoering;
de noodzaak van onder bewindstelling staat vast als de kantonrechter de onderbewindstelling heeft uitgesproken;
tenzij de kantonrechter anders bepaalt, wordt de hoogte van de bijzondere bijstand gebaseerd op de tarieven van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (voorheen Landelijk Overleg Voorzitters Civiele en Kantonsectoren, LOVCK).
Als de kantonrechter kiest voor een bewindvoerder en dit kosten meebrengt voor de belanghebbende, zijn deze kosten noodzakelijk. De beschikking van de kantonrechter is bepalend voor de kostenvergoeding. De hoogte van het tarief hangt af van het al dan niet geregistreerd staan van de bewindvoerder bij de Branchevereniging van professionele Bewindvoerders en Inkomenbeheerders. De rechter kan op verzoek afwijken van het standaardtarief als de bewindvoerder extra werkzaamheden moet verrichten.
Geen bijzondere bijstand is mogelijk in de kosten van bewindvoering in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP). Het Besluit subsidie bewindvoerder schuldsanering en het Besluit salaris bewindvoerder schuldsanering gelden bij de uitvoering van de WSNP als voorliggende voorzieningen. Het salaris van de bewindvoerder moet met voorrang worden betaald uit de boedel. Op basis van jurisprudentie geldt dat een bewindvoerder het salaris dat niet uit de boedel kan worden bestreden niet bij de belanghebbende in rekening mag brengen. De kosten zijn dus niet noodzakelijk.
Bijzondere bijstand is mogelijk in de kosten van budgetbeheer. De Stadsbank Oost Nederland is hierbij een voorliggende voorziening2Stichting Individuele Vertegenwoordiging en beheer (IVB) beheert het inkomen en vermogen van een aantal klanten uit de gemeente Montferland. Zij nemen geen nieuwe klanten meer aan. De bestaande klanten kunnen als zij aan de voorwaarden van bijzondere bijstand voldoen, bijzondere bijstand voor de kosten van budgetbeheer via IVB ontvangen..
Wanneer men lichamelijk beperkt is kan men een gehandicaptenparkeerkaart aanvragen en wanneer men de auto niet altijd voor de deur parkeren, dan kan bij de gemeente een aanvraag ingediend worden voor een eigen gehandicaptenparkeerplaats.
In de gemeentelijke legesverordening staan de tarieven genoemd voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart en/of een gehandicaptenparkeerplaats. Wanneer voldaan wordt aan het onder hoofdstuk 3 van deze beleidsregels gestelde kan voor deze kosten bijzondere bijstand worden aangevraagd.
Gelet op jurisprudentie van de CRvB behoren de legeskosten i.v.m. de verlenging van de verblijfsvergunning tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, welke kosten in beginsel uit de bijstandsnorm dienen te worden voldoen.
Er bestaat in beginsel geen recht op bijzondere bijstand voor de kosten van verlenging of wijziging van de verblijfsvergunning, omdat geen sprake is van bijzondere omstandigheden. Afwijzing dient daarom plaats te vinden op grond van artikel 35 lid 1 Participatiewet. Dit betekent dat voor deze kosten normaliter geen bijzondere bijstand wordt verstrekt, tenzij sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan als bedoeld in art. 35 Participatiewet.
Indien de bijstandsverzoeker een beroep doet op de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden, dan zal de gemeente moeten onderzoeken of in het voorliggende geval sprake is van zodanige feiten en omstandigheden dat reservering vooraf dan wel het afsluiten van een lening voor die kosten niet mogelijk is. Indien vervolgens blijkt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, dan kan de gemeente, rekening houdend met de individuele omstandigheden, bijzondere bijstand in deze kosten verlenen.
Het niet hebben kunnen reserveren en het niet af kunnen sluiten van een lening voor deze kosten, kan een bijzondere omstandigheid zijn. De bijstand wordt in beginsel als leenbijstand verstrekt. De draagkracht op grond van het vermogen voor deze kostensoort bedraagt 100% van het saldo op de rekening(en) van de aanvragen minus de voor aanvrager bijstandsnorm inclusief vakantietoelage.
De kosten voor naturalisatie worden als niet noodzakelijk aangemerkt. De gemeente verstrekt hier dan ook geen bijzondere bijstand voor.
Voor de legeskosten van een eerste verblijfsvergunning bestaat geen recht op bijzondere bijstand gelet op artikel 11 lid 2 en 3 Participatiewet. Een uitzondering op deze algemene regel doet zich voor in het geval dat het de gezinsleden van een erkende vluchteling betreft in het kader van gezinshereniging. In deze is het onvrijwillige karakter van het verblijf in Nederland de bijzondere omstandigheid op grond waarvan de noodzakelijke kosten zijn ontstaan.
Door niet terug te kunnen keren naar het land van herkomst kan de vluchteling het recht op een gezinsleven ex artikel 8 Europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) niet uitoefenen. Daartoe zal het gezin wel naar Nederland moeten komen. Dit heeft tot gevolg dat in de legeskosten (aanvragen, wijzigen en/of verlengen) voor de verblijfsvergunningen van de gezinsleden van de vluchteling in verband met gezinshereniging bijzondere bijstand kan worden verleend. Dit geldt voor de vluchteling met GBA-codes 26, 27 en 33 met document III of IV. Dit geldt ook voor de kosten van vertalingen, verplicht gemaakt door een beëdigd vertaler, van relevante officiële documenten zoals trouwakte en geboortebewijzen. Op grond van artikel 48, eerste lid, Participatiewet wordt de bijstand in beginsel om niet verstrekt.
De reiskosten om tot gezinshereniging te komen kunnen niet via de bijzondere bijstand worden vergoed. Deze kosten worden namelijk niet in Nederland maar in het land van herkomst gemaakt.
Wanneer op grond van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko) een kinderopvangtoeslag is verstrekt, kan bijzondere bijstand toegekend worden voor de eigen bijdrage of een gedeelte daarvan wanneer:
kinderopvang noodzakelijk geacht wordt voor het kunnen voldoen aan de re-integratie of inburgeringsverplichtingen;
de bijstandsuitkering als gevolg van werkaanvaarding wordt beëindigd en men als gevolg van werkaanvaarding door de kosten van kinderopvang te maken krijgt met een teruggang in het besteedbaar inkomen. In dit geval kan voor maximaal 12 maanden gerekend vanaf datum werkaanvaarding een tegemoetkoming toegekend worden voor de kosten van noodzakelijk geachte kinderopvang zodat minimaal beschikt kan worden op een inkomen ter hoogte van het sociale minimum;
kinderopvang noodzakelijk is op grond van een Voorschoolse en Vroegschoolse (VVE) of sociaal medische indicatie (SMI).
In het geval van georganiseerde kinderopvang bedraagt de hoogte van de bijzondere bijstand
maximaal de eigen bijdrage in de kosten voor de kinderopvang. In het geval het een situatie betreft als bedoeld onder punt 2 dan bedraagt de bijzondere bijstand maximaal het verschil tussen het sociale minimum en het besteedbaar inkomen van belanghebbende.
Bij een verzoek om bijzondere bijstand op grond van een sociaal medische indicatie wordt het inkomen dat meer bedraagt dan 120% van het sociaal minimum, in aanmerking genomen als draagkracht en in mindering gebracht op de tegemoetkoming.
Bij opname van een persoon in een ziekenhuis of inrichting kan voorlopig bijstand ongewijzigd worden voorgezet in de lopende maand en de daaropvolgende maand, gelet op de korte duur en de extra kosten die een dergelijke opname met zich meebrengt.
Bij opname van een alleenstaande wordt na deze periode nagegaan in hoeverre een voorziening moet worden getroffen voor de betaling van de vaste lasten e.d.
Bijzondere bijstand kan worden verleend voor:
de vaste lasten die doorbetaald moeten worden, zoals huur, gas, water, elektriciteit (CRvB ziet dit als noodzakelijk);
de kosten van een kabeltelevisieabonnement (CRvB ziet dit als noodzakelijk);
de kosten van een telefoonabonnement (CRvB ziet dit als noodzakelijk);
de kosten van de inboedelverzekering. (CRvB ziet dit als noodzakelijk).
Als de toestand en omstandigheden van de cliënt/patiënt dit mogelijk maken wordt de bijstand aan betrokkene betaald.
Als aangenomen mag worden, dat de alleenstaande blijvend verpleging en verzorging zal hebben, wordt in overleg met betrokkene of als deze hiertoe geestelijk niet bij machte is in overleg met familie of bewindvoerder, een regeling tot beëindiging van de vaste lasten c.q. huurovereenkomst en liquidatie van de eigen huishouding getroffen.
Wanneer de opname tijdelijk is, maar toch aanmerkelijk langer duurt dan in eerste instantie werd verwacht, worden na een opname van één jaar de volgende beslissingsmomenten in acht genomen:
heeft de opname bij het eerstvolgende heronderzoek al langer dan één jaar geduurd, maar korter dan 2 jaren, dan wordt contact met de inrichting opgenomen om vast te stellen of de opname nog steeds van tijdelijke aard is. In dat geval wordt het verzoek om doorbetaling van vaste lasten aan de kwaliteitsmedewerker voorgelegd;
heeft de opname inmiddels langer geduurd dan 2 jaren, dan dient het verzoek om doorbetaling van vaste lasten aan het hoofd van de afdeling te worden voorgelegd.
In principe heeft men geen recht op bijzondere bijstand voor de kosten van het aanhouden van de woning tijdens detentie. Men is zelf verantwoordelijk voor het zoeken van een oplossing. Alleen als er sprake is van zeer dringende redenen kan men mogelijk recht hebben op bijzondere bijstand voor woonkosten in de 2 volgende gevallen:
Men is gedwongen opgenomen op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) of men is gedwongen opgenomen in een Tbs-kliniek. Men kan in dit geval recht hebben op periodieke bijzondere bijstand voor de kosten van de vaste lasten en zak- en kleedgeld. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt dan aan de hand van de individuele situatie van belanghebbende vastgesteld.
Als er sprake is van dringende redenen, kan men recht hebben op bijzondere bijstand voor de kosten van de vaste lasten zodat men de woning kan aanhouden. Van belang is wel dat ook aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de detentie duurt langer dan 1 maand en korter dan 12 maanden en de detentie is niet opgelegd in plaats van een geldboete;
men kan de kosten van de vaste lasten niet uit eigen inkomen betalen. De gemeente rekent het volledige inkomen en vermogen tot de draagkracht;
men huurt een woning.
Als er sprake is van dringende redenen en is voldaan aan bovengenoemde voorwaarden, dan heeft men geen recht op bijzondere bijstand voor de overige kosten voor het aanhouden van de woning, zoals bijvoorbeeld de kosten voor de Onroerendezaakbelasting, verzekeringen, opslagkosten voor de inboedel e.d. Verwacht wordt dat men hiervoor zelf een regeling treft.
In het geval van een eigen huis heeft men ook geen recht op bijzondere bijstand voor de kosten van het aanhouden van de woning. Bestaan de vaste lasten uit hypotheekkosten, dan wordt verwacht dat men met de hypotheekverstrekker zelf een regeling treft.
Als men recht heeft op bijzondere bijstand voor de kosten van de doorbetaling van de nutsvoorzieningen tijdens detentie, dan moet men ervoor zorgen dat de maandelijkse voorschotten worden verlaagd. De woning wordt dan immers niet gebruikt.
De gemeente verstrekt bijzondere bijstand voor de kosten van de vaste lasten voor het aanhouden van de woning tijdens detentie in de vorm van een geldlening.
Ouders kunnen aan hun onderhoudsverplichting voldoen door hun kind te laten inwonen. Een thuiswonende kan daarmee dus wel een beroep op zijn ouders doen en heeft daarom geen recht op aanvullende bijzondere bijstand.
Recht op bijzondere bijstand uitwonenden:
Er kan een noodzaak aanwezig zijn waarom de jongere zelfstandig woont. Wanneer een jongere in een dergelijke situatie van zelfstandig wonend hogere bestaanskosten heeft, dan waarin zijn/haar bijstandsnorm voorziet en de middelen van zijn/haar ouders hiertoe ontoereikend zijn of hij/zij redelijkerwijs zijn/haar onderhoudsrecht jegens zijn/haar ouders niet te gelde kan maken, kan op grond van artikel 12 Participatiewet aanvullende bijzondere bijstand verstrekt worden. Dit betreft belaste bijzondere bijstand.
Hoogte bijzondere bijstand
De bijzondere bijstand bedraagt het verschil tussen de bijstandsnorm voor 21-jarigen.De vakantietoeslag wordt alleen berekend over de bijstandsnorm en niet over de aanvulling via de bijzondere bijstand.
Procedure verhaal bijzondere bijstand jongeren
Als bijzondere bijstand is verleend aan een 18, 19 of 20-jarige met toepassing van artikel 12
Participatiewet wordt deze bijstand verhaald op diens onderhoudsplichtige ouders.
De bijstand die eventueel wordt verleend aan 18- tot en met 20-jarigen die in een inrichting verblijven, wordt geheel als bijzondere bijstand verleend. In artikel 13 lid 2 sub a Participatiewet wordt namelijk geregeld dat deze groep uitgesloten is van het recht op bijstand. Bij personen in deze leeftijdscategorie wordt van de ouders over het algemeen een bijdrage gevraagd in de kosten van het verblijf in de inrichting.
Hoogte bijzondere bijstand
De hoogte van de bijstand is afhankelijk van de in de betrokken inrichting noodzakelijke persoonlijke uitgaven en bedraagt ten hoogste de norm voor een in een inrichting verblijvende alleenstaande van 21 jaar of ouder.
Procedure verhaal bijzondere bijstand jongeren
Als bijzondere bijstand is verleend aan een 18, 19 of 20-jarige met toepassing van artikel 12
Participatiewet wordt deze bijstand verhaald op diens onderhoudsplichtige ouders.
Voor wat betreft dit onderdeel wordt verwezen naar het Beleidsplan schuldhulpverlening 2016 – 2019 Gemeente Montferland’.
Artikel 9.
Overige kosten
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand Montferland 2018 en volgende