Naar hoofdinhoud
1. De beoordelaar legt na ondertekening van de evaluatie/beoordeling door de beoordeelde, de evaluatie/beoordeling ter vaststelling voor aan de afdelingsmanager; indien er binnen de afdeling geen sprake is van een tweede beoordelaar vindt vaststelling plaats door gemeentesecretaris/algemeen directeur. 2. De medewerker wordt in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na het evaluatie/beoordelingsgesprek schriftelijk en gemotiveerd zijn/haar zienswijze bij de naast hogere leidinggevende in te dienen. 3. Heeft de medewerker geen zienswijze ingediend, dan stelt de naaste hogere leidinggevende de evaluatie/beoordeling vast namens het college. De medewerker ontvangt een kopie van de definitief vastgestelde evaluatie/beoordeling van zijn direct leidinggevende. 4. In afwijking van het gestelde onder lid 1 van dit artikel vindt in geval van de vaststelling van de evaluatie/beoordeling van de gemeentesecretaris/algemeen directeur, de vaststelling plaats door de portefeuillehouder P&O en een tweede lid namens het college. 5. Na de vaststelling genoemd onder lid 1 van dit artikel wordt een getekend exemplaar van de evaluatie/beoordeling toegezonden naar de beoordeelde door de leidinggevende. Het origineel gaat ter archivering (en bij rechtspositionele consequenties ter uitvoering) naar het team P&O.

Rechtspraak bij dit artikel