Naar hoofdinhoud
1. Indien de beoordeelde conform artikel 3 lid 8 heeft aangegeven niet akkoord te gaan met de evaluatie/beoordeling, zal een gesprek plaatsvinden met de beoordeelde, de beoordelaar en de leidinggevende van de beoordelaar. 2. In dit gesprek worden beoordeelde en beoordelaar gehoord en wordt getracht alsnog tot voldoende wederzijdse overeenstemming te komen. Zo mogelijk kan de beoordeelde een schriftelijke reactie laten toevoegen aan het reeds vastgestelde verslag. 3. Op basis van de resultaten van dit gesprek stelt de leidinggevende van de beoordelaar vast of de beoordeling qua proces goed is verlopen en qua inhoud voldoende is gemotiveerd en geeft zijn zienswijze hierop aan zowel de beoordeelde als de beoordelaar. 4. Indien de beoordeelde het niet eens is met de vastgestelde beoordeling, kan beoordeelde binnen zes weken na de datum, waarop de vastgestelde evaluatie/beoordeling naar hem is toegezonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij burgemeester en wethouders. 5. Op het bezwaarschrift als benoemd in lid 4 is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel