Op de bestaande bedrijventerreinen houden we vast aan het op heden vastgestelde profiel. Wel stellen we voorwaarden aan de mogelijkheden tot transformatie en functievervaging op bedrijventerreinen, bijvoorbeeld door vestiging van detailhandel, leisure, woningbouw of een andere functie. We kiezen voor een maatwerkoplossing. Het beleid is er op gericht om initiatieven van leisure- en detailhandelsondernemingen per aanvraag te bekijken. Op basis van de aanvraag zal dan een juiste motivering gegeven moeten worden van een ‘goede ruimtelijke onderbouwing’. Hierbij wordt er onder andere gekeken naar: (-) de daadwerkelijke behoefte van het initiatief, (-) in hoeverre deze behoefte niet op een andere locatie (binnenstedelijk) gefaciliteerd kan worden, (-) of het invullen van de behoefte past binnen aanpalend beleid, zoals de detailhandelsvisie of de geldende kaders in de Gemeentelijke Vestigingsvisie en (-) of er geen onaanvaardbare effecten optreden voor de (stedelijke) omgeving, zoals leegstand of structuurverzwakking. Kortom, initiatieven op maat die structuurversterkend (in ieder geval niet verzwakkend) werken zijn mogelijk. Het is niet de bedoeling dat er nieuwe winkelcentra ontstaan op de Urker bedrijventerreinen.
Ten zuiden van Urk zal de (buitendijkse) Maritieme Servicehaven worden ontwikkeld. Doelgroep van de Maritieme Servicehaven zijn bedrijven die voor de uitoefening van hun activiteiten een locatie aan een kade dienen te hebben en vallen binnen het maritieme cluster op Urk. Het betreft in de praktijk voornamelijk bedrijven actief in de maritieme dienstverlening, zoals scheepsbouwers, -reparateur en -onderhoudsbedrijven. De bedrijven uit het Urker maritiem cluster zijn ook actief betrokken bij de ontwikkeling van de haven: de in vestiging geïnteresseerde partijen zijn verenigd in de organisaties Urk Maritime en VOF Flevopoort. De ontwikkeling van de Maritieme Servicehaven draagt bij aan de ambitie van de gemeente Urk om het maritieme cluster in de gemeente optimaal de ruimte te geven.
Het plan voor de Maritieme Servicehaven voorziet concreet in de realisatie van een kade van ca. 1.000 meter lengte en (in totaal) ca. 11 ha netto haventerrein – overigens geen aandeel van de in deze Visie Werklocaties als uitgangspunt genomen cijfers voor de ontwikkelbehoefte. De Maritieme Servicehaven wordt ontwikkeld als aanvulling op nabijgelegen havens, zoals Flevokust. De activiteiten in de Maritieme Servicehaven zijn onderscheidend ten opzichte van andere havens en de ontwikkeling van de Maritieme Servicehaven versterkt daarmee het havenlandschap in de omgeving. Bovendien is de ontwikkeling gunstig voor de economische ontwikkeling van Noordelijk Flevoland.
De verwachting is daarentegen dat de bedrijven die zich vestigen op de Maritieme Servicehaven op deze plek een dependance of aanvullende activiteit vestigen, niet zozeer verplaatsen uit de oude Urker haven. Voor zover dat op enig moment in de toekomst wel het geval zou zijn, levert dat overigens alsnog geen onaanvaardbare leegstand op. We sluiten aan bij bestaand beleid in onder meer het masterplan ‘Hart van Urk’, plan ‘De parel van Flevoland’ en de vigerende structuurvisie. Daarin wordt meer ruimte gereserveerd voor onder meer detailhandel en recreatieve functies in de oude Urker haven, waarmee de eventueel vrijkomende plekken naar verwachting kunnen worden opgevuld. Het ligt bijvoorbeeld niet in de lijn van de gemeentelijke ambitie om woningbouw te realiseren in de bestaande haven.
Ten oosten van de Maritieme Servicehaven en ten zuiden van het bestaande bedrijventerrein Zwolse Hoek beogen we een nieuw, binnendijks bedrijventerrein te ontwikkelen. Het binnendijks bedrijventerrein moet op lange termijn onderdeel worden van de totale gebiedsontwikkeling de ‘Triangel’. Bedrijven die passen op dit nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein zijn:
Bedrijvigheid (visgerelateerd) die in de directe nabijheid van de visafslag gevestigd wil zijn. Voor visgerelateerde bedrijven is het namelijk belangrijk om onderdeel uit te (blijven) maken van het viscluster en zo profiteren van de locatievoordelen die dit cluster met zich meebrengt.
Spin-off van de Maritieme Servicehaven, bestaande uit bedrijven in het maritieme cluster die in de directe nabijheid van de bedrijvigheid in de buitendijks haven gevestigd willen zijn.
Bestaande of nieuwe bedrijven afkomstig van Urk .
Het totale ontwikkelgebied (voor de lange termijn) bedraagt ca. 110 ha bruto bedrijventerrein. Om de ontwikkeling verstandig en met inachtneming van zorgvuldig ruimtegebruik te realiseren, beogen we het plan gefaseerd in ontwikkeling te brengen. Daarbij zetten we in op een eerste fase, waarvan de precieze omvang nader te bepalen is ten tijde van het opstellen van het bestemmingsplan. Een tweede en navolgende fase van de ontwikkeling overwegen we (-) na enkele jaren op basis van de resultaten van monitoring of (-) na het operationeel zijn van potentieel spin-off veroorzakende ontwikkelingen, zoals de Maritieme Servicehaven. De ontwikkeling van het gehele gebied betreft in ieder geval expliciet een lange-termijn-ontwikkeling (>10 jaar), waarbij het ontwikkelgebied over langere termijn gevuld zal worden. We willen het vergezicht voor de totale ontwikkeling te borgen in een gebiedsvisie of masterplan.
Ten oosten van Emmeloord ligt, aangrenzend aan de Munt A, het plangebied voor De Munt B. Hier willen we ruimte te bieden aan een verscheidenheid aan bedrijvigheid, waaronder bestaande, uitbreidende of verplaatsende bedrijven, en bedrijven uit het agrofoodcluster en daarbij horende logistiek.
Het totale ontwikkelgebied bedraagt ca. 80 ha bruto bedrijventerrein. Om de ontwikkeling verstandig en met inachtneming van zorgvuldig ruimtegebruik te realiseren, brengen we het plan gefaseerd in ontwikkeling. De volgende fasen van ontwikkeling overwegen we steeds op basis van monitoring, zodat we flexibel in kunnen spelen op de marktontwikkelingen van het moment.
Op de dorpslocaties zijn op dit moment vooral lokaal gebonden bedrijven gevestigd. De vestiging van deze bedrijven op deze locaties draagt bij aan de leefbaarheid en cohesie van het dorp. We streven er dan ook naar om de lokale bedrijventerreinen in hun netto omvang te laten bestaan. De dorpslocaties worden niet zodanig uitgebreid dat de bedrijventerreinen in de dorpen ruimtelijk niet meer in verhouding staan tot hun omgeving.
Uitzondering op de regel zijn de bedrijventerreinen in Marknesse en Ens. Deze bedrijventerreinen zien we als overloopruimte voor de dorpslocaties. Daarmee willen we wel verstandig omgaan. We staan in Marknesse en Ens casusgericht uitbreiding toe, dus aan de hand van een concrete uitbreidingsbehoefte van een bestaand bedrijf. Die lokale binding van het bedrijf hoeft overigens niet te blijken uit de afzetmarkt; een (om welke reden dan ook) lokaal gebonden bedrijf kan ook op internationaal marktniveau opereren. Op die manier voorkomen we dat de dorpslocaties in verhouding over teveel plancapaciteit beschikken en in onze bedrijventerreinenportefeuille concurreren met de primaire uitbreidingslocaties voor bedrijven in Noordoostpolder: De Munt A en B.
Het toevoegen van bedrijvigheid op agrarische erven biedt kansen voor de leefbaarheid van het landelijk gebied. Het biedt kansen om vrijkomende agrarische erven op te vullen, lokaal gebonden bedrijvigheid toe te staan en om bestaande agrarische bedrijven ruimte te geven om op langere termijn rendabel te blijven opereren. We staan vestiging van bedrijvigheid in het buitengebied daarom onder voorwaarden toe. Qua prognose maakt deze ontwikkelbehoefte geen onderdeel uit van de Visie Werklocaties, de behoefte zal dus per geval onderbouwd moeten worden. Bij de ontwikkeling van bedrijvigheid in het buitengebied onderscheiden we drie situaties:
Door schaalvergroting in de agrarische sector komen agrarische erven vrij. Dit omdat het areaal wordt samengevoegd, maar het bedrijf geen twee of meer erven nodig heeft.
Voor de leefbaarheid van het landelijk gebied is het zeer wenselijk om op deze erven mogelijkheden voor herinvulling te bieden. Het zijn immers bestaande (agrarische) bedrijfsplekken die bijvoorbeeld door herstructurering, transformatie of invulling van leegstand een duurzame invulling kunnen bieden voor andere functies.
De vrijkomende erven bieden goede mogelijkheden voor de uitvoering van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in de lichte milieucategorieën, kleinschalige voorzieningen en recreatie. Onder niet-agrarische bedrijfsactiviteiten in de lichte milieucategorieën vallen bijvoorbeeld loonbedrijven en aannemersbedrijven.
Ook bieden de vrijkomende erven mogelijkheden voor activiteiten die onderdeel uitmaken van de agrarische keten, waarvoor vestiging op een regulier bedrijventerrein ongewenst is. Bijvoorbeeld omdat de producten met tractoren worden aangevoerd (zie hiervoor ook het thema ‘ketenverlenging’).
Wij staan de vestiging van dit soort bedrijven toe, binnen de begrenzing van het bestaande erf. Voorwaarden zijn:
er moet voldoende milieuruimte beschikbaar zijn;
andere functies, zoals wonen of agrarisch gebruik, mogen niet ongewenst gehinderd worden;
de ontwikkeling past binnen de ruimtelijke uitstraling van het gebied;
de uitbreiding levert infrastructureel geen knelpunten op;
De erfsingel moet behouden blijven, of opnieuw worden aangeplant.
Agrariërs kunnen hun bedrijfsvoering onder andere rendabel houden door werkzaamheden op te pakken die in het verlengde daarvan liggen: er is dan sprake van ketenverlenging. Dit kan zowel als nevenactiviteit of als hoofdactiviteit.
Te denken valt aan opslag, en/of het schonen en verwerken van agrarische producten van de betreffende agrariër zelf of van producten van andere agrarische bedrijven.
Deze activiteiten zijn zo verbonden met de agrarische keten, dat vestiging op een regulier bedrijventerrein onlogisch is.
Wij stellen deze bedrijven wat betreft uitbreidingsmogelijkheden gelijk aan volwaardige agrarische bedrijven. Dat betekent dat een erf kan uitbreiden tot 3 hectare (bruto) en afhankelijk van de ruimtelijk ligging kan verdubbelen tot 6 hectare, wanneer twee erven samengevoegd kunnen worden.
Deze mogelijkheden passen binnen de Structuurvisie Landelijk Gebied 2025 van de gemeente Noordoostpolder.
Voor de bestaande bedrijven in het buitengebied, gevestigd op gronden met een vigerende bedrijfsbestemming, wordt samen met de provincie gekeken naar de voorwaarden voor eventuele bedrijfsuitbreiding.
Niche-locaties mogen op hun bestaande locatie in uitbreiding van bedrijfsactiviteiten voorzien, mits vastgehouden wordt aan het bestaande profiel en de locaties daarmee ook daadwerkelijk hun meerwaarde blijven behouden ten opzichte van de overige bedrijventerreinen.
Sommige cases zullen de komende jaren niet onder de vorige categorieën vallen. Bestaande bedrijven mogen in principe altijd uitbreiden op de bestaande locatie, wanneer er sprake is van een onherroepelijk bestemmingsplan met de passende bestemming op deze locatie. Wanneer een bestemmingswijziging noodzakelijk is of in het geval er sprake is van het toevoegen van m2 aan de bestaande bestemming, is uitbreiding van bestaande bedrijven mogelijk onder de volgende voorwaarden:
De uitbreiding is het gevolg van een actuele uitbreidingsvraag van het bestaande bedrijf en de voorgenomen ontwikkeling zal binnen twee jaar gerealiseerd worden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan.
Het bedrijf is (-) aantoonbaar aan de huidige locatie gebonden en (-) het bedrijf kan, binnen de vereisten van de Ladder, motiveren dat (gedeeltelijke) verplaatsing of uitbreiding elders geen reële optie is.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
Ontwikkelmogelijkheden
Onderdeel van Visie Werklocaties Noordelijk Flevoland