Naar hoofdinhoud

Artikel 1.11.10

Scholing

Onderdeel van Beleidsregels re-integratie gemeente Kampen 2018

Wat houdt het in? Soms is scholing noodzakelijk om dichterbij de arbeidsmarkt te komen. Een inwoner jonger dan 27 jaar moet in principe gebruik maken van het reguliere onderwijs, zoals een MBO- of HBO-opleiding die door het rijk wordt bekostigd. Gaat het om een inwoner die 27 jaar of ouder is, dan is dit onderwijs meestal niet te volgen met behoud van uitkering. De inwoner is tijdens de studie namelijk niet beschikbaar voor werk. Als de inwoner in de individuele situatie toestemming krijgt om regulier onderwijs te volgen, dan kan gebruik gemaakt worden van het zgn. ‘levenlanglerenkrediet’ op grond van de Wet studiefinanciering om de opleiding te betalen. Zie verder www.duo.nl. Is de gemeente van mening, dat een andere vorm van onderwijs, opleiding of training noodzakelijk is om de stap naar betaald werk te zetten, dan kan in overleg met de inwoner worden bepaald in welke vorm dat wordt aangeboden. De motivatie van de inwoner voor de scholing en het belang van de scholing voor de arbeidskansen van de inwoner, staan daarbij voorop. Het is mogelijk dat de gemeente dit zelf organiseert of inkoopt, het kan ook zijn dat daarvoor een vergoeding wordt verstrekt. De scholing kan een kortdurende training of cursus zijn, maar ook een langer durende opleiding. Voor wie is het? Scholing is bedoeld voor inwoners die zonder scholing de afstand tot de arbeidsmarkt moeilijk kunnen overbruggen. Dit geldt in het bijzonder voor inwoners zonder startkwalificatie. Alleenstaande ouders die een ontheffing van de arbeidsplicht hebben gekregen, krijgen van de gemeente in principe altijd een aanbod voor scholing die de arbeidskansen laat stijgen (zie ook 1.10). Waar moet je aan denken? Er zijn enkele spelregels: De scholing is noodzakelijk om dichterbij betaald werk te komen Voor inwoners die door de gemeente moeten worden geholpen bij de re-integratie Er is geen andere voorziening in de kosten De scholing wordt vergoed volgens het principe: niet meer, niet duurder en niet langer dan noodzakelijk

Rechtspraak bij dit artikel