Naar hoofdinhoud
Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en de Awb. In deze beleidsregel wordt verstaan onder: Awb: Algemene wet bestuursrecht; Bbz 2004: Bijstandsbesluit zelfstandigen 2004; bruteren: het verhogen van de vordering met de loonbelasting en premies volksverzekeringen, waarvoor de gemeente die de uitkering verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtig is, voor zover deze belasting en premies niet verrekend kunnen worden met de door burgemeester en wethouders af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen; BW: Burgerlijk Wetboek; fraudevordering: vordering in verband met ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende uitkering als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht; inlichtingenplicht: verplichting genoemd in artikel 17, eerste lid, Participatiewet, artikel 13, eerste lid, IOAW, artikel 13, eerste lid, IOAZ en artikel 30c, eerste en derde, Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; NVVK: brancheorganisatie op het gebied van schuldhulpverlening en sociaal bankieren; Rv: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;uitkering: de door burgemeester en wethouders verleende bijstand in het kader van de Participatiewet, de IOAW en IOAZ; uitkering: de door burgemeester en wethouders verleende bijstand in het kader van de Participatiewet, de Bbz 2004, de IOAW en IOAZ; Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; WOZ: Wet waardering onroerende zaken; zelfstandige: zelfstandige zoals bedoeld in artikel 1, onder b, Bbz 2004.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel