Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 2

Algemene bepaling met betrekking tot de bevoegdheid tot opschorting, herziening, intrekking, terugvordering, verrekening, brutering, verhaal en vestiging zekerheidsrecht

Onderdeel van Beleidsregel terug- en invordering, verhaal en krediethypotheek Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Goeree-Overflakkee

Burgemeester en wethouders maken gebruik van in de Participatiewet, Bbz 2004, de IOAW en IOAZ toekomende bevoegdheid tot: het opschorten, herzien of intrekken van het besluit tot toekenning ingevolge artikel 54, eerste, derde en vierde lid, Participatiewet en artikel 17, eerste, derde en vierde lid, IOAW en artikel 17, eerste, derde en vierde lid, IOAZ; het terugvorderen van ten onrechte verleende bijstand zoals neergelegd in de artikelen 58, eerste lid en artikel 59, Participatiewet en artikel 25, tweede en derde lid en artikel 26, IOAW/IOAZ; het verrekenen van de in de voorgaande maanden ontvangen middelen met de algemene bijstand of uitkering zoals neergelegd in de artikelen 58, vierde lid, Participatiewet en artikel 25, vierde lid, IOAW/IOAZ; het verrekenen van terugvorderingen, zoals neergelegd in artikel 60, derde lid, Participatiewet en artikel 28, derde lid, IOAW/IOAZ, dan wel de geldlening zoals neergelegd in artikel 48, vierde lid, Participatiewet; het bruteren van de vordering voorzover de belasting en de premies volksverzekeringen niet meer verrekend kunnen worden met de door het college af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen, zoals neergelegd in artikel 58, vijfde lid, Participatiewet en artikel 25, vijfde lid, IOAW/IOAZ; het verhogen van de vordering met de op de terugvordering betrekking hebbende kosten ingeval van gebreke van tijdige betaling, zoals neergelegd in artikel 58, vijfde lid, Participatiewet en artikel 25, vijfde lid, IOAW/IOAZ; het verhalen van kosten van bijstand in geval van schenkingen of nalatenschap of bijzondere bijstandsverlening aan meerderjarige jongeren zoals opgenomen in paragraaf 6.5 Participatiewet; het vestigen van een zekerheidsrecht door middel van hypotheek of pandrecht, zoals neergelegd in artikel 48, derde lid, Participatiewet; het afzien van (verdere) terugvordering bij verwijtbare vorderingen, zoals neergelegd in artikel 58, zevende lid, Participatiewet en artikel 25, zesde lid, IOAW/IOAZ; het afzien van (verdere) terugvordering om dringende redenen, zoals neergelegd in artikel 58, achtste lid, Participatiewet en artikel 25, zevende lid, IOAW/IOAZ; het terugvorderen van bijstand ter grootte van het verschil tussen inkomen en bijstandsnorm zoals neergelegd in artikel 12, tweede lid, onderdeel c, Bbz 2004; het opeisen van de lening wanneer de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing niet worden nagekomen zoals neergelegd in artikel 39, eerste lid, onderdeel 1 onder 3, Bbz 2004; het terugvorderen van de lening en de eventuele achterstallig rente als zich een situatie voordoet zoals neergelegd in artikel 41, vierde lid Bbz 2004; het vanaf de vervaldatum terugvorderen van achterstallige rente- en aflossing als sprake is van de omstandigheden zoals neergelegd in artikel 41, vijfde lid Bbz 2004; het verrekenen van een bestuurlijke boete opgelegd in het kader van de Wet inburgering 2021. De in het eerste lid genoemde algemene verplichtingen gelden behoudens de in deze beleidsregel beschreven uitzonderingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel