Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 3

Uitzonderingen voortvloeiend uit de jurisprudentie

Onderdeel van Beleidsregel terug- en invordering, verhaal en krediethypotheek Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Goeree-Overflakkee

In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en eerste lid, onder b, vorderen burgemeester en wethouders een door hen na ontvangst van een signaal ten onrechte of tot een te hoog bedrag van verstrekte uitkering niet terug, voor zover deze uitkering ook zes maanden na ontvangst van dit signaal nog onterecht of tot een te hoog bedrag is verleend. De in het eerste lid genoemde termijn van zes maanden is van overeenkomstige toepassing op het verhalen van een rechtelijke uitspraak en verhaal in rechte op grond van artikel 20, aanhef en tweede lid, en artikel 21, aanhef en eerste lid. Onder een signaal als genoemd in het eerste lid wordt verstaan relevante informatie waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van een dusdanige fout, dat burgemeester en wethouders op grond daarvan redelijkerwijs actie zouden moeten ondernemen. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en eerste lid, onder b, beperken burgemeester en wethouders de terugvordering tot het bedrag dat teveel aan bijstand zou zijn verstrekt, zo belanghebbende wel aan de inlichtingenplicht had voldaan, indien sprake is van intrekking van het recht op bijstand over een langere periode omdat belanghebbende over de gehele periode in beperkte mate beschikte over in aanmerking te nemen vermogen. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en eerste lid, onder e, zien burgemeester en wethouders af van brutering indien sprake is van een invordering die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en hem niet kan worden verweten dat de betaling van de schuld niet reeds is voldaan in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel