Burgemeester en wethouders zien slechts af van (verdere) terugvordering vanwege dringende redenen, indien bijzondere omstandigheden in het individuele geval ertoe leiden dat de (mede)belanghebbende minderjarige gezinsleden in dusdanige behoeftige omstandigheden verkeren dat afzien van (verdere) terugvordering onvermijdelijk is.
Onverminderd het bepaalde in artikel 58, eerste lid, Participatiewet, zien burgemeester en wethouders af van (verdere) terugvordering indien redenen van doelmatigheid daartoe aanleiding geven.
Als bij beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep een deel van een lening resteert en deze niet met toepassing artikel 43, eerste lid, Bbz 2004 onder hypothecair verband is verleend, maken burgemeester en wethouders bij niet verwijtbaarheid van de beëindiging het resterende deel van de lening renteloos vanaf de beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep.
Burgemeester en wethouders zien af van terugvordering van bijstand als gevolg van te veel betaalde bijstand door het na beëindiging van de uitkering ontstaan van het recht op de (alleenstaande) ouderenkorting.
HOOFDSTUK 2
Artikel 4
Afzien van (verdere) terugvordering
Onderdeel van Beleidsregel terug- en invordering, verhaal en krediethypotheek Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Goeree-Overflakkee